Witte Klavervier in de gouden eeuw
Het is Wycher Geerlichs geweest die de voormalige smidse aan de Koestraat 33 in Zwolle uitvoerig liet verbouwen tot bierbrouwerij en er de naastgelegen mouterij (in het Krommejak) aan toevoegde. Dit was halverwege de 17e eeuw in 1651. In de oudste stadrechten van Zwolle hieronder vinden we de bepaling dat brouwerijen in een smidse moeten worden gevestigd, vermoedelijk omdat daar rekening met brandveiligheid is gehouden bij de bouw.

Hoppenbier
Begin 13e eeuw was in Bremen een zeer goed smakend 'hoppenbier' uitgevonden. Bremen was, net als Zwolle, een Hanzestad met een soort interne markt en een systeem van gildemeesters, meesterknechten, leerlingen etc. Het duurde niet lang of de nieuwe methode was ook in de Lage Landen bekend en we gingen hier ook hop verbouwen en het nieuwe 'hoppenbier' drinken.

hoppenbier-item190-zwolle
Stadsrechten van Zwolle 14e eeuw

Zwolle loopt voorop
Zwolle liep voorop in deze ontwikkelingen en er werd eind 14e eeuw al geen Gruyt bier meer gebrouwen. In 1605 lezen we onder andere: 'waar van 't jopen bier, te Zwolle gebrouwen wordende, het onderwerp is, en waar men de uitdrukking aantreft van Zwolfche Heeren bieren'.
Ook vonden we bronnen over het ontstaan van een Zwols witbier halverwege de 17e eeuw waarbij ook de toenmalige burgemeester betrokken was. De tekst van het document dat hierbij werd opgemaakt vind u hier.

Zwolle bezet
Zwolle werd in 1672 bezet, de totale legermacht telde '30.000 Keur- en Furftelyke Keulsche en Munferfche troupes'. Dit was een 'stadhouderloze' periode; we waren heer en meester op zee, maar de steden in de provincie waren vrijwel onverdedigd. We nemen aan dat de brouwerij een speciale aantrekkingskracht heeft gehad op sommige van deze lieden. De toenmalige brouwer/eigenaar van de Witte Klavervier kwam in hetzelfde jaar om, waarschijnlijk in verband hiermee.
Later kwam de brouwerij tot grote bloei en bleef lange tijd binnen één familie.

De moderne tijd
In de 18e eeuw sloot de Witte Klavervier haar deuren. Er gingen geleidelijk andere regels gelden; bier moest massaal en goedkoop worden geproduceerd en niet teveel smaak hebben. Brouwerijen die concurreerden op kwaliteit waren er wel maar hebben het niet gered. De 19e eeuw is waarschijnlijk het hoogtepunt in de ongelijkheid van inkomen, in Nederland nog méér vergeleken met Engeland en Frankrijk. Waarschijnlijk is dit de hoofdreden voor het verdwijnen van kwalitatief goed bier. De fabrieksarbeiders in de nieuwe tijd waren arm en dronken thee, jenever en pils.

Meer informatie over de oude brouwerij is te vinden op Wikipedia.


doprgb50-455