Gruit - Grutt - Gruijt - Grout - Graut - Grute - Gruut

[Chronological sources]


Antiquitates Germanicae
IV jurisprudentiam patriam illustrantes
Tomus II
1773

994

p.364
materiam cerevisiae

gruit materiam cerevisiae 994

doprgb50 455

Corpus Juris Germaniei
Gustav Emminghaus
1844

994

p.15
materiam cerevisiae

gruit materiam cerevisiae 994

doprgb50 455

Spicilegium Ecclesiasticum Des Teutschen Reichs-Archivs
oder Germania Sacra Diplomatica
bey Friedrich Lanckischens Erben
?

994

p.490
materiam cerevisiae
cerevisiae materia

materiam cervisiae 994

doprgb50 455

Oorkondenboek van Holland en Zeeland.
Uitgegeven van wege de Koninklijke Akademie van Wetenschappen, Volume 1
Laurens Philippe Charles van den Bergh
Frederik Muller,
1866

998. (999?)

p.45
Teloneum vero, monetam et negotium generale fermentatae Cervisiae, quod vulgo Grwt nuncupatur

vulgo grwt 998

doprgb50 455

Oordeelkundige Inleiding tot de Historie van Gelderland
W. A. van Spaen
1804

998

p.245
Omnem districtum super Villam Bomele & super euncta quae ad eandem villam pertinent; videlicet publicae rei subjectae, telonium vero, monetam & negotium generale fermentatae cerevisiae vulgo Grutt.

Data III Idus Aprilis, anno Dominicae mcarnationes D. CCCC. XCVIII.

[fermenting of beer in common language Grutt]


doprgb50 455

Oorkondenboek der graafschappen Gelre en Zutfen
tot op den slag van Woeringen. 5 Juni 1288
Mr. L.A.J.W. Baron Sloet
Oud-Griffier der Saten van Gelderland
Nijhoff,
1876

999

p.120-121
negotium generale fermentate cervisie, quod vulgo grutt nuncupatur

vulgo Grutt p120 999

vulgo Grutt p121 999


doprgb50 455

Elenchus Fontium Historae Urbanawe
C. van de Kieft, Jan Frederik Niermeyer
Brill Archive,
1967

Dinant
1047/64

p.296
Polenta cervisie, que vulgo maire, in omni villa sua est.

doprgb50 455

Monumenta Germaniae Historica
inde ab anno Christi quingentesimo usque ad annum millesimum et quingentesimum
Georgius Heinricus Pertz
Impensis Bibliopolii Aulici Hahniani,
1852

p.383 - 384

ABBATUM HUIUS MONASTERIA S. TRUDONIS
Bischof Theoderich II von Metz
1048

contulit nobis scrutum huius oppidi, scilicet omne ius grute, quod sloum ad ipsum pertinebat, et libertatem grutarium constituendi ac domum cum appendiciis, intra quam materia grute conficiebatur, sitam in opposito aule abbatis nostri, platea publica intermedia

[there the gruit matter is prepared, situated opposite the courtyard of our monastry
f ]

p.446
Hee sunt copie cartarum de iure grute seu scruti totius opidi ad nostrum monasterium pertinentis, ratione cuius habemus omni septimana de singulis cambis seu braxinis, quotiens braxant, unum pecarium cervisie.

[Here are the Charters about the law on grute pertaining to our monastery
f ]

doprgb50 455

Abdij Sint-Truiden
Bevestigings oorkonde bisschop Adalberd
Miraeus
1064

p.63
hoc est, potestatem ponere et deponere illum, qui materiam faceret unde levarentur cerevisiae

[substance for the rising (fermenting) of the beer
f ]

doprgb50 455

Liste chronologique des édits et ordonnances de la principauté de Liège,
de 974 a 1505
Liège
Goddaerts,
1873

p.5
1068

L’évêque Théoduin autorise les brasseurs de Huy à prendre où bon leur semble le pigmentum propre à faire de la cervoise, la mauvaise qualité de l’eau de cette ville ne leur permenttant pas d’en faire.

[the proper pigment for the making of beer
f ]

doprgb50 455

Akademische Beiträge zur Gülch- und Bergischen Geschichte
Zweiter Band
Christoph Jakob Kremer
1776

1074

p.203
Erzbischof Anno II von Köln vertheilt die von Graf Eberharen von Klev zu Erbauung des Klosters zu St. Quirin in Neuss hergegebene Güter zwischen dieser Kirche und der Domkirche in Köln. Dat. Coloniae V Kal. Oct. 1074

p.205
Item omne ius quod de fermento cervisie, quod frumentum vulgariter dicitur Gruyt debet vel potest accipi in opido Nuxiensi erit sepedicte Nuxiensis ecclesie, ita quod sine eius licentia nullus possit ibidem cervisiam fermentare.

[Vertaald in Nederlands:
wet van het gistings bier, het graan gewoonlijk Gruyt genoemd

Translated in English:
law on fermenting beer, the grain commonly called Gruyt
f ]

doprgb50 455

Regionaal Historisch Centrum Limburg (RHCL)
14.D039 Munsterabdij te Roermond, 1220-1797
1224 juni 16
Plaats: Maastricht
"Datum Traiecti anno dominice incarnationis millesimo ducentesimo vicesimo quarto sexto decimo Kalendas Julii"
1224

Gerard, graaf van Gelre, verklaart, dat hij liever wilde, dat zijn moeder Richadis, die buiten het land in de Cisterciënser orde wilde treden, in eigen land in die orde ging leven, en hij en zijn echtgenote Margaretha, samen met hun zoon Otto, derhalve Richardis met broeders en monialen van de Cisterciënser orde met ere in hun stad Roermond hebben binnengeleid en de kloosterkerk [ëcclesia"] van de H. Maria, aldaar op hun landgoed ["predium"] gebouwd, met veertig er omheen liggende percelen ["areae"] en drie percelen, die een zekere Hermannus, met de Gans"genaamd, er bij heeft gevoegd, tot redding van hun zielen en die van hun ouders en voorouders aan God en de H. Maria hebben opgedragen, die goederen overdragend aan Richardis in dat klooster abdis en het convent om ten eeuwigen dage te bezitten. Daarenboven het patronaatsrecht van de kerken te Gelre, nl. Nieuwkerk en Aldekerk (Kr. Geldern, Rhl.), met de gehele tienden en bossen en andere aanhorigheden; eveneens het patronaatsrecht van de kerk te Wettene (Wetten, kr.Geldern Rhl.) en van die te Rhode (Venray) met dezelfde aanhorigheden.Hij beslist, dat de tienden van deze kerken moeten blijven zoals zij nu zijn en de bossen zonder zijn toestemming niet gerooid noch ontgonnen mogen worden, en aan de genoemde kerken broeders van genoemd klooster als vicarii benoemd moeten worden. Bovendien schenkt hij een mark voor het licht in de kerk uit de gruit jaarlijks te betalen, en zoveel gruit als het klooster nodig heeft voor bier, bovendien vier solidi uit een half tijnsgoed ["mansus"] in Hamme (Herten). Verder een molen te Rura (Roer-Herten) en het vierde gedeelte van een morgen bij de hof ["curia"] Muckenbruke (Muggenbroek-Roermond).

Notabene:

Verder mag het klooster geen goederen, uiteindelijk aan de graaf behorend, zonder zijn toestemming verwerven, terwijl alle genoemde goederen aan de graaf zullen terugvallen, indien het klooster zonder zijn toestemming verplaatst wordt.
Getuigen waren: de edelman ["nobilis vir"] Henricus van de Berg ["de Monte"] en Waltherus van Eile, verder Gerhardus van Barsdunc en zijn broeder Henricus, Arnoldus van Wachteldunc, Gerhardus van Rothem, Theodericus voogd van Roermond en Nycolaus schrijver ["scriptor"].
Twee originelen, één met groene zijden staatrt. De zegels zijn verloren. Inv. nr. 3.
Afschrift in Cartularium 1 nr. 2. Inv. nr. 1.
Gedrukt in A. Manrique, Cisterciensium seu verius ecclesiasticorum annalium a condito Cistercio, Lugduni 1659, T. IV, pag. 152. L.A.J.W. Sloet, Oorkondenboek der Graafschappen Gelre en Zutfen. Deel I. pag. 479, naar het origineel met groen zijden staart. De verschillen met het origineel met rode zijden staart zijn aangegeven.
["cum Auca"]. de zinsnede over Hermannus met de Gans ontbreekt in het origineel met rode zijden staart.
Het origineel met rode zijden staart en het afschrift in Cartularium I hebben "Hertene"i.p.v. Hamme"

20 1224 juni 17
"Datum Traiecti XV Kalendas Julii pontificatus domini Honorii pape tercii VIII"

Cunradus, bisschop van Porto en S. Rufina, pauselijk legaat, verklaart dat hij de plaats en alle tegenwoordige en toekomstige goederen van het Cisterciënser klooster van Roermond onder zijn bescherming en die van de Heilige Roomse Kerk stelt, en wel in 't bijzonder het klooster van de H. Maria van Roermond en veertig er omheen liggende percelen ["areae"], het patronaatsrecht van de kerken te Gelre, te Wetthene (Wetten), Kr. Geldern Rhl.) en Rode (Venray), een mark zilver jaarlijks voor het licht uit de gruit in Roermond en zoveel gruit als het klooster nodig heeft om bier te maken voor zich en zijn huishouding ["familia"].
Verder de schenking van vier Keulse solidi te Herten en een vierde gedeelte van een morgen bij de hof ["curtis"] van Moggenbruke (Muggenbroek-Roermond). Bovendien de gehele tiend zoals die is vastgesteld en behoort bij bovengenoemde kerken, en een molen in Rura (Roer), hetgeen allemaal door Gerard, graaf van Gelre en Margaretha, zijn vrouw, en Otto hun zoon, aan het klooster is geschonken

doprgb50 455

Inventaire analytique des Chartes des Comtes de Flandre
Vanryckegem-Hovaere,
1846

p.9
1225
Ghildolf, le grutier (grutarium) de Bruges, sur la perception de la grute (1)

(1) La grute était un droit établi sur le grain qui servait à fabriquer la bière

Inventaire analytique des Chartes 1225

doprgb50 455

Flandrische Staats- und Rechtsgeschichte bis zum Jahr 1305
Leopold August Warnkönig
Zweiten Bandes zweite Abtheilung.
Tübingen,
bey Ludw. Friedr. Fues.
1837

1226

p.30
Im Jahr 1226 entsagt Gildolf von Gruthuuse, Grutarius in Brügge und Ardenberg, nebst seinem Bruder, seinem Privilegium in lezterer Stadt, so dass ein jeder innerhalb derselben seine Gruta selbst bereiten und frei verkaufen oder kaufen konnte.

[in the year 1226 Gildolf von Gruthuuse, Grutarius in Brugge (BE) and Aardenburg (NL), together with his brother, Renounced his Privilege in the last town, so anyone in this town can make Gruta and sell or buy it freely.
f ]

p.36
Gildolf, Grutarius der Stadt Ardenburg, überlässt dieser Stadt käuflich sein Grutrecht ... Im Januar 1226.

doprgb50 455

Rijks geschiedkundige publicatiën
Bronnen voor de economische geschiedenis van het Beneden-Maasgebied 1104-1534
1968

1278

Graaf Floris [V] van Holland maakt aan alle ingezetenen bekend, dat hij aan de gebreuders Ghyso en Willemus Dukingher, burgers van Dordrecht, wegens bewezen diensten de gruit te Dordrecht in leen geeft, en verbiedt elders in Zuid-Holland dan te Dordrecht gruit te maken of te doen maken. op straffe van 10 lb., of elders dan daar gruit te verkrijgen op een boete van 5 lb. Holl. Mede bezegeld door heer Nicolaas van Kats, her Willem van Egmond en heer Nicolaas van Souburg.

[Count Floris [V] of Holland makes known to all residents that he granted brothers Ghyso and Willemus Dukingher, citizens of Dordrecht, the right to make gruit, on account of services rendered, and prohibits to make gruit or have gruit made elsewhere outside of Dordrecht with a penalty of 10 lb., or to get gruit from somewhere else a fine of 5 lb. Holl. Also sealed by Sir Nicholas Kats, Sir Willem van Egmond and Sir Nicholas of Souburg.
f ]

gruit 1278

doprgb50 455

Regionaal Archief Dordrecht
De charters zijn apart geborgen en worden in MaisFlexis als volgt aangevraagd: 627-1 en 627-2. Zie regestnummer 15 en 19.

627 Vidimus door de gardiaan van de minderbroeders te Dordrecht van een akte uit 1278 waarbij Floris V aan Gijs en Willem Duking de gruit van Dordrecht beleent.
1278

Gruit Dordrecht 1278

Gruit van Dordrecht 1278 0627 a

Gruit van Dordrecht 1278 0627 b

doprgb50 455

Costumen ende usantien der stede ende port van Nieuport
by Petrus de Goesin,
1774

p.129

1289
faire Grute sans fourfait & sans amende.

[make Grute without -it being a- crime & without fine
f ]

Grute Nieuport 1289

doprgb50 455

Archives civiles: Série B: Chambre des comptes de Lille, nos 1 à 1560
Impr. L. Danel,
1865

p.48
Archives du Nord

1290
déclare que personne ne pourra faire grute (espèce de bière) dans la ville de Lombarside port

grute lombarside 1290

doprgb50 455

Gelders Archief
0243 Charterverzameling

1290

42 De eigendom van de halve grute binnen de stad Zutphen door den proost en capittel van de kerk van Zutphen afgestaan aan graaf Reinald, voor een jaarlijksche thins van 20 solidi parvorum denariorum, 1290 juni 6 (1290. in crastino Bonifacii). 1 charter
N.B. 0001 Graven en hertogen van Gelre, graven van Zutphen.

doprgb50 455

Archieven der Ridderlijke Duitsche Orde, Balie van Utrecht
Volume 2
Jan Jacob Geer van Oudegein (Jhr.)
Kemink,
1871

1321

p.791
de gruit te Renen, toebehorende aan het Duitsche huis bij Utrecht

1338

p.792
Johan van Diest, bisshop van Utrecht, neemt voor zijn leven onder bepaalde voorwaarden de gruit te Renen in pacht van het Duitsche huis bij Utrecht.
Utrecht, 1338, Mei 11.

grutam et jus fermentandi in Renen
cui exercitium dicte grute et juris fermentandi ex parte nostra commissum fuerit
familie ipsorum grutam gratis er sine exactione aliqua
nos dictam grutam et ius fermentandi per eadem tempora in jure suo conservabimus
dicta gruta fermentum de jure tenetur accipere

Download Archieven der Ridderlijke Duitsche Orde p.289-p.294 in PDF

doprgb50 455

Groot Charterboek der Graaven van Holland, van Zeeland en Heeren van Vriesland
Tweede deel.
Frans Van Mieris
Pieter van der Eyk,
1754

1321

p.256
De Graaf, het Hamburger bier verboden hebbende, geeft vryheid hoppen bier te brouwen in de steden, en daar buiten.
Den 1. May 1321.

brouwen ende tappen moghe hoppenbier sonder verboernesse in deser manieren, dat si daer of gheven van elken hoede mouts hoir gheld also groet, als syt gheven souden van anderen biere, dat si met grute gruten souden.

hoppenbier-1321-1754

doprgb50-455

Rijks geschiedkundige publicatiën
Bronnen voor de economische geschiedenis van het Beneden-Maasgebied 1104-1534
1968

1322

1322 Mei 16 (des zonnendages na half Meye), Dordrecht. - Graaf Willem [III] van Henegouwen verpacht zijn gruit te Dordrecht voor vier jaar, ingaande 22 Aug. e.k. (van des zonnendaghes na onser Vrouwendach te half Oeste die naist coemt) tegen 240 lb. Holl. ’s jaars aan sheren Gillijn sone en Ghisebrecht Maleghijs, burger van Dordrecht, en omschrijft het gruitrecht aldus: Wie binnen de stadsvrijheid brouwt zonder gruit uit ’s graven gruithuis, verbeurt het bier en 3 lb.; wie gruit binnen de stadsvrijheit brengt of aldaar buiten het gruithuis gruit vervaardigt, verbeurt die gruit en 10 lb. Holl. Hij bepaalt bovendien: Voerd waer dat zake, dat binnen deser tijd enich ghemene oerloch woirde, jof dat men also vele brouwede aels binnen onser poirte van Dordrecht, waerbi dat sier te zere mede gheaechtert waren ende an verliesen souden, dat zouden wi zelve versien, alse redelike ware. hij beveelt baluw, schout, schepenen en raad van Dordrecht het gruitrecht te handhaven.

[1322 May 16 (the Sunday after half of May), Dordrecht. - Duke William [III] of Henegouwen leases his Dordrecht gruit for four years, starting from 22 Aug. e.k. (from Sunday after our Womensday on the upcoming next half of August) against 240 lb. Holl. annually to Jan-sheren Gillijns-son en Ghisebrecht Maleghijs, citizens of Dordrecht, and describes the gruit like this: Those who brew within the freedom of the city without gruit from the Dukes gruithouse, loses the beer and 3 lb.; who brings gruit into the municipal freedom or who makes gruit there outside the gruithouse, loses the gruit and 10 lb. Holl. He states additionally: Should it be the case, that in our time a common war would rage, and therefore as much ale as possible would be brewed within our gates, where they would be very likely to make a big loss, then they should see for themselves, what they think is reasonable. He orders all authorities of Dordrecht to enforce the gruit.
f ]

gruit 1322

doprgb50-455

Handvesten, privilegien, vrijheden, voorregten, octrooijen en costumen
midsgaders sententien, verbonden, overéénkomsten en andere voornaame handelingen der stad Dordrecht
Dordrecht
P. van Braam,
1770

1322

p.150
Graaf Willem de III. verpagt zijn Gruit en Gruithuis te Dordrecht, op zeekere voorwaarden, voor vier jaaren, aan twee Poorters aldaar.

Handvesten 1770 gruit dordrecht 1322 p150

Handvesten 1770 dordrecht gruit 1322 p151

p.151
Grute Tordrecht ende boete upten ghenen die vreemt Bier tappen.
16. Mei 1322
Item soe wat man die brouwet binnen Dordrecht die zal gheven van elke hoede mouts dat hi verbrouwet 16 dinaris Hollands en zijn mout dat dair toe behoirt ende dair binnen zal him die gruter zine grute gheven

[Item so what one brews inside Dordrecht from every proportion of malt shall give 16 Dutch dinaris and he will be given his grute by the gruter over his malt that belongs to that (brew)
f ]

doprgb50 455

Rijks geschiedkundige publicatiën
Bronnen voor de economische geschiedenis van het Beneden-Maasgebied 1104-1534
1968

1323
Dit sijn de koren van grute, gheleyt in Dordrecht bi den rechter, scepene ende raet.
[1.] In den eersten so en zal engheen man enich bier tappen binnen Dordrecht, dan alsulc bier als binnen Dordrecht gebrouwen es, et bier van der zee ende Duysburgs bier, op die bote van 3 lb. ende dat bier verloren; ende daer-of zal hebben die rechter die ene helfte ende die gruter dander helfte.
[2.] So wat man, die bier brouwet binnen Dordrecht, die zal gheven van elken hoede mouts, dat hi verbrouwet, 16 a d. Holl. ende sijn mout dat daertoe behoirt, ende dairbinnen zal hem die gruter gheven, als hi tote noch ghedaen hevet; ende waert dats hem die gruter niet gheloven wilde, hi ne hadde meer ghebrouwen dan hi hem anebrochte, dat soude die gruter up hem houden met sinen ede; ende ware dat hi den brouwer ende sinen meestercnape dairof ontrumen wilde met haren eeden, ende waren dat si bede niet zveren en wilden, daer hadde die gruter recht vervolghet.
[3.] So wat man, die ael brouwet binnen Dordrech, die zl gheven van elken hoede, dat hi verbrouwet, 8 d. Holl. up alsulc recht van eden, als op den biere voirscr. es.
[4.] Waer dat iemand binnen Dordrecht bier of ael brouwede ende sijn recht daerof niet en ghave noch en dede als voirscr. es, ende hem die gruter daerof becroende ende die brouwer daerof verwonnen worde bi den gruter, die verboirde 10 lb. ende dat zelve bier.

[
[2.]

and his malt that belongs to that, therein the gruter wil give him, as he always has done, and if the gruter should not believe him, that he brewed less than he declared, then the gruter should take him under oath;
f ]

gruit dordrecht 1323

doprgb50 455

Rijks geschiedkundige publicatiën
Bronnen voor de economische geschiedenis van het Beneden-Maasgebied 1104-1534
1968

1324

gruit 1324


doprgb50-455

Groot charterboek der graaven van Holland, van Zeeland en heeren van Vriesland
Frans van Mieris
by Pieter vander Eyk
Leyden
1754

1324

p.342
De Graaf verpacht zyne gruite, ’t gruithuis en vaten te Dordrecht voor drie jaren aan die stad.
Den 14. September 1324.

ende men sal die grute maken, ende gheven in alzulker manieren, als zi voirmaels ghegheven es.

Groot charterboek 1754 1324

doprgb50 455

Tijdschrift voor Geschiedenis 1886-2008
64e jaargang
Bijdrage tot de geschiedenis der accijnzen te Arnhem in de middeleeuwen
Dr. W. Jappe Alberts
1951

1325

p.334
Op 1 October 1325 gaf Reinald II aan 'onse scepen, raet ende der ghemeyne stat van Arnheym' een oorkonde af, waarin hij verklaarde de stad in het bezit te zullen laten van, 'onse gruet tot Arnheym', totdat hij haar 500 pond kleine penningen betaald zou hebben.
'Gruet' beteekent hier zoowel gruitaccijns als recht van gruit. Het eerste blijkt uit de bepaling, dat men de stad 'elke mauder mouts gruten sal om acht penninghe cleyn, dye ghenge ende gheve sijn'.

doprgb50 455

Registers van de Hollandse grafelijkheid 1299-1345
(In het Nationaal Archief te Den Haag worden de registers bewaard die zijn opgemaakt in de eerste helft van de 14e eeuw in de kanselarij van de graven van Holland en Zeeland uit het Henegouwse huis, dat regeerde van 1299 tot 1345.)
NH 298
1326

die grute te Leiden houden zal, die zel houden beide hoppe ende grute, alsoe dat hi den goeden luden berechten moghe. Ende so wie hoppen bier brouwet, die sel alsoe vele ghelts zenden om hoppe te hebben sijn bier mede te gruten als hi senden soude van evenvele biers omme grute sijn bier mede te gruten; ende daer bi selmen hen hoppe leveren ghelike dat men hem grute leveren zoude.

[he who holds the grute in Leiden, he shall hold both hops and grute, so he can deliver them to the good folks. And those who brew hopped beer, they shall pay the same amount to grute their beer with hops as they would otherwise pay to have grute to gruten their beer; and they should have their hops just like they would have their grute
f ]

hoppe-perkament-1326

hoppe-1326

doprgb50-455

Registers van de Hollandse grafelijkheid 1299-1345
KE 189
1333

Willem grave etc. maken cond etc. dat wi den twy die onse porte van Alkemair hadde jeghens Janne Persin ende efter Jan Persin, alse omt gruyt ghelt van den hoppenbiere datmen brouwet binnen Alcmar, soe zegghen wi dat onse porte van Alcmar gheven zullen te gruit ghelde van elken voeder biers datmen tot Alcmari brouwet ende men med hoppe gruytet X. Hollands, ende men zal hem ghiene hoppe gheven. Ende dar bi zullen si hor bier vry voeren moghen med heelre last vor bi Herlemk sonder gruytghelt te gheven; mar sloghen sijs een vat jofte tuee upt land, zo souden si gruytghelt gheven gheliken anderen luden.

In orkonde etc. Ghegheven in den Haghe up sente Victors dach int jair van XXXIII.

hoppe-detail-1333

doprgb50-455

Cameraars-rekeningen
Deventer
1344

[The Camer is the administrative Chamber of the hanseatic town of Deventer
f ]

p.157-158-159
[Below numbered as double pages in pencil (bottom-right-page) 29-30-31 are about the Domus Fermenti administration
f ]

Perepru Hernei de fermento - Perepru Hernei de medulla brasii

Cameraars rekeningen nl dvsa 0698 1 0157 2640

Cameraars rekeningen nl dvsa 0698 1 0158 2640

cameraars humuli ad domus fermenti

humuli ad domus fermenti

[hops in the domus fermenti
f ]

Cameraars rekeningen nl dvsa 0698 1 0159 2640

Cameraars rekeningen detail

Cameraars-rekening
Deventer
1345

p. 218
Item ab eisdem de fecibus fermenti dictis gruetsoppe II lb. VIII solidi.
pro factura brasii II lb; molendinaria ad molendurn brasium in domo fermenti per annum XII solidi.

Cameraars-rekening
Deventer
1347

p. 274-280
de soppa fermenti II marcas VI solidi; molendinaria
per annum XII solidi; pro uno magno caldario in domo fermenti XVII marcas; servo facienti fomacem
ad magnum caldarium in domo fermenti XII brabants; a Johanne Groeten et Johanne Vryeherten de gruta dimissa in stampa VI marcas brabants.

doprgb50 455

Monumenta Germaniae Historica
inde ab anno Christi quingentesimo usque ad annum millesimum et quingentesimum
Georgius Heinricus Pertz
Impensis Bibliopolii Aulici Hahniani,
1852

ABBATUM HUIUS MONASTERIA S. TRUDONIS
1352

p.447 - 448
DE IURE SOLVENDI CENSUM MALE GRUTE
Sciendum, quod census male grute, quem cum cambato pie memorie domnus Theodericus huius nominis secundus Metensium episcopus nostre ecclesie perpetuo iure ad suam prius ecclesiam pertinente solemniter contulerat, sequestratus fuit ante plures annos a censu cambati, qui vulgariter appellatur panthgiis et ad hereditariam possessionem quorundam opidanorum devolutus. Verum per quem modum aut quali aliarum hereditatum commutatione immulata fuerit prefate carte de mala gruta traditio ita quod huiusmodi heredes nostre ecclesie preposito tantummodo solvant 15 solidos Lovanienses, in archivis cartarum 45 nostri momasterii declaratum non reperitur.
Preterea sciendum, quod hereditas de iure prefate male grute per successum temporis ad quosdam de magnatibus opidi devoluta, in tres partes divisa est. Cuius uma pars ab olim devoluta ad domnam Gertrudem dictam Pondernuel militissam, per eandem collata est circa annum Domini 1352 ad instituendum duo beneficia, quorum unum situm est in nostro monasterio ad altare beate Marie et sancte Anne, et aliud ad altare omnium sanctorum in ecclesia sancti sepulcri. Relique vero due partes sic divise sunt, quod heredes Eustachii condam dicti Greve et pueri de Palude habent unam partem; terciam autem partem obtinent heredes domni Albertini comdam militis et eius fratruelis Ade de Sancta Katharina, scabini huius opidi.
Redditus vero huius grute qui certi sunt capiuntur ad et supra domos, scilicet braxenam que sita est in angulo ex opposito aule domini nostri abbatis, que appellatur domus grute, et ad reliquas contiguas mansiones usque ad conum super rivum, et consequenter a cono ipso ad reliquas mansiones citra rivum constructas, usque ad vicum pervium ibidem positum; que mansiones nullum alium censum fundi solvunt nostro preposito preterquam censum supradictum. Insuper habent prefati heredes de iure ipsius grute de qualibet cervisia que braxatur infra districtum opidi, denarium Leodiensem cum dimidio, qui faciunt quartam partem unius grossi veteris, quociens braxant, exceptis 5 cambis id est braxenis, que dicuntur dominicales et libere sunt ab hac solutione de una cervisia; si vero pluries braxant in hebdomada una, tunc de reliqua solvunt ut alie. Huiusmodi vero braxerie sunt tres, quarum una sita est in platea Plancstrate ex opposito cymiterii nostri maioris dicti Vriethof, secunda sita est inter ecclesiam beate Marie et mansionem Theutonicorum dominorum, altrinsecus pluribus domibus interpositis; tercia vero sita est in novis domibus supra conum vici versus ecclesiam. Item sunt adhuc due alie, quarum una vocatur braxena sancti Spiritus, et alia que sita in platea salis ultra rivum mansioni supra conum stanti contigua, in quibus quotiens braxatur nullam pecuniam solvunt. Item est adhuc una que est sexta, sita in opposito domus de Everbodio, in qua quotiens braxatur, datur braxatori a grute heredibus pecunia illa gratis. Ad hanc braxenam habent prefati heredes, quotiens braxant, 18 quartas cervisie inter se dividendas. Insuper sciendum, quod hee 6 braxene dominicales, quotiens braxant libere sunt a censu pecarii cervisie, quem habemus ad reliquas braxenas infra libertatem opidi.

doprgb50 455

G. van Hasselt's Arnhemsche oudheden
Volume 4
J.H. Moeleman Jr.,
1804

1354

p.3-6

Wy Alyonora van Engelandt bider ghnaden Goets Hertoghinne van Gelren
ende Vrouwe van Veluen maken condt ende keynlic…
tot behoef der ghemeynre Poertner van Arnhem voersz.
vive ende twintich Jaer lanc…
alle Jaer voor vyf hondert pont cleynre penninghe payments…
en bethalen zoelen Steven Ploegh…
altoes die Grute hoeghen, leeghen en setten moghen,
nae haren wille als hem dunct dat ter Stat orbaer sy…
en soe wie daerteghen dede als Grute buten ten doen te halen…
die moeghen sy by hen selven nemen of doen nemen…
of saten van hoppen bynnen te brouwen of van buten te brenghen
of occ van ennighen anderen Bier van buten in te brenghen,
dat te verbieden…
Voert soe ghelave wy dat wy gheen Gruytstat,
noch Gruyt ’t Arnhem naerre en soelen doen legghen
dan nu der tyt die Gruytstede liggen.
Ghegeven int Jaer ons Heren dusent, drie hondert vier ende vyftich,
op dertien dach.

p.24-25
Voor de Gruit was een byzonder Gruithuis. Van dat Gruithuis is het vroegste bescheid van 1354, toen wierden daar een-en-veertig voeten steens verwerkt [in domo fermenti xii pedes lapidis draconis] quemlibet pedem p. vii. bv. V iii. L. xv. ff. viii. d. (a) In 1389 zie ik een glaze venster aan ’t Gruithuis gemaakt (c), in 1412 tralyen aen die Gruytcamer (c). - Men volgde met de Gruitmeeting mischien de Zutphense maat. Enen Bade, die de mate van den Gruten bracht van Zutphen wierden in ’t jaar 1392 x.ff. viii. d. betaald. Volgen een oud Statuut sal men van elken mouder te gruten gheven ii.ff. (e) Die Gruyt of Cruyt anderswaer haelde of dede haelen dan in der Stat Gruythuys, die verlore der Stat v. ff. toties qouties (f).

[He who gets or sends for Gruyt or Cruyt from elsewhere than the City Gruythouse, is fined by the City ff. toties qouties.
f ]

doprgb50 455

Spezieller Teil
Heinrich von Loesch
Droste Verlag,
1984

1375
1408

p.63
Verpachtung der Grut.

p.64
Item vur hoppe ind gruiss

grutgerechtigkeit loesch 63

grutgerechtigkeit loesch 64

doprgb50 455

Dortmunder Finanz- und Steuerwesen
Bearbeitet von Dr. Karl Rübel
Historischer Verein Dordmund
Bd. 1, Das vierzehnte Jahrhundert,
Volume 1
Dordmund
1892

1390

p. 185-189
5. Ausgaben der Gruitmeijster

Download Ausgaben der Gruitmeijster in PDF

doprgb50 455

Stadsarchief Kampen
Oud Archief Kampen
2152 Acte van verpachting door Floris van Wevelikhoven, bisschop van Utrecht, aan de stad Kampen van het recht van gruit en tol, voor 400 pond per jaar, 09-05-1390.
1390

Gruit en tol Kampen 1390

doprgb50 455

Quellen zur Geschichte der Stadt Köln.
Sechster band.
Herausgegeben von Dr.Leonard Ennen,
Archivar der Stadt Köln.
Köln, 1879
Verlag der M. DuMont-Schauberg'schen Buchhandlung.
1879

1391

p.55-57
Ausgaben eines halben Jahres zur Ausnutzung der von Hermann Goch gepachteten Gruth. - 1391

p.55
In dem eyrsten, sente Dyonisius dach, do man schreyf 1391, do 1391 geynck dat ander iaer an, inde dat in deym iaer is gegeyven, dat steyt hernae:
In deim ersten maende gaf ich us in urber der grous van 23 malder maltz zo tolle 8 mark.
Item van demselven maltze zo malen 21/2 mark.

gruth hermann goch p55 1391

gruth hermann goch p56 1391

gruth hermann goch p57 1391


doprgb50 455

Stadsarchief Kampen
Oud Archief Kampen
2153 Acte van verpachting door Frederik van Blankenheim, bisschop van Utrecht, aan de stad Kampen van het recht van gruit en tol, tegen 977 oude franse schilden voor de oorlog tegen Reynolt van Coevorden, 25-04-1395.
1395

Gruit en tol Kampen 1395

doprgb50 455

Quellen zur Geschichte der Stadt Köln.
Sechster band.
Herausgegeben von Dr.Leonard Ennen,
Archivar der Stadt Köln.
Köln, 1879
Verlag der M. DuMont-Schauberg'schen Buchhandlung.
1879

1393

p.189-90
Verzeichniss dessen, was in Gruthhause geblieben ist. - 1393

gruthhause koln p189 1393

gruthhause koln p190 1393

doprgb50 455

De oudste rechten der stad Dordrecht
en van het Baluwschap van Zuidholland
Uitgegeven door Mr. J. A. Fruin
Eerste deel
's Gravenhage
Martinus Nijhoff
1882

1401

Oudste keuren van Dordrecht.
Keurboek van 1401.

p.38
116. Van hoppenbier.

117. Van biere.
Item so wat brouwer, die zijn ghelt ende mout int gruuthuus niet en brocht, als zede en ghewoente is, die verbuerde X pond, also dicke als hijs niet en dede.

[the brewer, who does not bring his money and malt in the gruithouse, as is customary, will be fined X pounds
f ]

hoppenbier-ael-dordrecht-p038-039

doprgb50-455

Gelders Archief 1953III19
Lijst van schulden, verpandingen en giften van heer Jan en jonker Willem van Arkel,
(c. 1409-1412). 1 katern
N.B. Vermeldt beloningen, gegeven aan helpers bij de inname van Gorcum door Willem van Arkel in 1407; gedateerd op periode waarin Reinoud IV Gorcum in bezit had.
<1412

Vgl. Nijhoff 3, cxxi. Jan en Willem van Arkel 1409.08.06 gecompenseerd voor het Land van Arkel (1409.04.22 aan hertog Reinoud IV) met Oijen en Dieden en andere goederen (500 lb uit de gruit te Den Bosch; en meer niet genoemde inkomsten en goederen tot een totaal van 5500 rijnsgulden per jaar): Pontanus 278; Van Mieris IV 124-126 (naar Pontanus, die een latijnse vertaling van het origineel geeft, welke Van Mieris weer terugvertaalt). Zie verder De Waele, Arkelse oorlog.
De rubriekstitel is direct aan T6 ontleend.

doprgb50-455

Stadsrekeningen van Arnhem
1418

van der Gruyt kwam nyet, want der nyemant hebben wolde in Pacht

doprgb50 455

Die Urkunden des Gräflich von Loëschen von Schloss Wissen
Regesten
Band I: 1245-1455
bearbeitet von Dieter Kastner

1424

Straelen 1424a

Straelen 1424b

Straelen 1424c

doprgb50 455

Weisthümer
Gesammelt von Jacob Grimm
Dritter theil
1842

1428

p.865
WEISTUM ZU LOTTUM. 1428.
p.867
19. Voirt soe wysen wy dat dit kerspell van Lotthum maelen maegh vnd gruyten maegh onbedwongen soe wahr sy willen vnd huen dat gedelixte isss.

[Community of Lotthum is free to (maelen= grind, mill) and gruyt where and how they want
f ]

doprgb50 455

Gemeentearchief Roermond
1001 Oud-archief van de stad Roermond
1429 october 1. (op ste. remeysdagh.)
1429

339 Marie van Dryele, abdis, en het gemeen convent van O.L. Vrouw der orde van "Cistias" en burgemeesteren, schepenen en raad der stad Roermond bevestigen de uitspraak van broeder Henrick van Orsoy, prior van de karthuizers van het huis Betlehem, en Willem van Vlodrop, erfvoogd te Roermond, gekozen met toestemming van de abt van Camp, visitator van het klooster, scheidslieden ter ener, en Dederick Hillen en Johan Pollart, door burgemeesteren, schepenen en raad der stad uit hun midden gekozen als scheidslieden ter andere zijden, over de hoogte van de jaarlijkse rente die de stad aan het klooster zal moeten uitkeren ter vervanging van de verplichting die de stad vanouds volgens de privilegiën van het klooster heeft om de voor het te brouwen bier benodigde gruit aan het klooster uit te keren, aangezien de juffrouwen thans liever met hop gebrouwen bier drinken, waarbij de jaarlijkse uitkering wordt bepaald op 20 gouden gelderse reinaldsguldens.
Medezegelaars: Johan, abt van Camp, Henrick van Orsoy en de vier sch

doprgb50 455

Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe
1238 Acte, waarbij JUTTE, weduwe van PELGRIM VAN PUTTEN, de gruit en het gruitgeld te Elburg aan den magistraat dier stad verpacht, 1442. Met een gelijktijdig afschrift. 1 charter en 1 stuk.
1442

Gruit en het gruitgeld Elburg 1442

Gruit gruitgeld Elburg detail 1442.jpg

doprgb50 455

Münsterische Urkundensammlung
Urkunden über Städtegründung, Stadtrechte, das Gildewesen und die Hanse
Volume 3
Wittneven,
1829

1444

p.329
des men an den ernde hadde, dat to der grut horde

grut 1444

doprgb50 455

Het financiële beheer van de stad Zutphen in 1445/46
op grondslag van de oudste overrentmeestersrekening en de bijbehorende onderrentmeestersrekening medegedeeld door Dr. W. Jappe Alberts, in:
Bijdragen en Mededelingen van het Historisch Genootschap. Deel 78
1964

1446

p.106
Evert Hunyc heft uter gruythuys enen staetsketel toe hueren die woech 25 lb. copers dat hij der stat jaerlix af gevet op sente Peter ad Cathedram 1 lb.

p.154
Van tymmeryngen
Ierst gegeven Deric Bredebile van vensteren toe maken aen des poerters huysken buten dye Laerpoerte 1 dach 8 leuwen. Ende vor 2 corte plancken daer men dye venster af makede 12 leuwen, dit maket 1 lb.
Gegeven Jacob Scimmelpenninc toe vollest den cantholt dat hij van Splinter Loef gecoft hadde daer men dye wollenwevers ramen1 af maken solde 18 arnemse guldens voer den gulden 23 leuwen, maket 20 lb. 14 s.
Item daer op gegolden 2 quarten vijns toe vijncop2 dye quarte 61⁄2 leuwe ende 11⁄2 leuwe toe onrade, maket 14 s. 6 d.

p.155
Item dit heft Johan Hellenbreker na in gebrachta van den wollenwevers ramen. Ierst van Ernst Keutenbrouwer van ribben 56 leuwen, Deric den smyt van den clauwyeren ende yservarch toe den rame van der stat yser gemaket waert 60 leuwen ende Gerit Saelken van dien holte van den Marsche in dat gruythuys toe woeren ende weder buten dye Nyestatporte daer men dye ramen sette, 18 leuwen. Ende des tichelers 3 knecht van graven ende van dycken aen den ramen elken 15 leuwen dat belopet op 45 leuwen. Ende Hellenbreker van 12 dagen dye ramen toe maken des dages 4 vlems belopt op 48 vlems. Ende Johan dye Hogen sinen geselle 14 dage des dages 3 vlems belopt op 42 vlems. Ende Johan dye Hoge na sente Peter 10 dage des dages 4 vlems beloept op 40 vlems. Ende Kortken 5 dage des dages 3 vlems belopt op 15 vlems, dyt maket toe samen 23 lb. 9 s.
Summa quarta 200 lb. 4 s. (folio 21r)

doprgb50 455

Die Chroniken der deutschen Städte
Erster Band: Dortmund, Neuss
BoD – Books on Demand,
20 mei 2017
Nachdruck des Originals von 1887

1465

p.330
p.450 gruethues gruet
p.451 gruet haelden - noch gruet im nachfolgenden 1551 jaer

p.330
Dis jaers donnerstags na Unser leiden Brauen dage nativitatis overquam die raet, erfzaten und gemeine burger to Dordmund, wie gerstenbier vele wolde brouwen, solde dar nichts dem Gruethues van dem malder malts, wer im seimen haus brouwede, sol sie gieven 6 malder, und wer gerstenbier domals gehat, solde et verkopen tuschen der tijt und erstkomende Martini, und wer hinvort gerstenbier brouwen wolde, solte Mertenbier brouwen und given von dem malder 12? to voren int Gruethues.

gruethues 1465 1551

doprgb50 455

Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe
1241 Uitspraak van scheidslieden in de geschillen tusschen de stad Elburg en HENRICK DE VOS VAN STEENWIJK aangaande de gruit en het gruitgeld in de stad en in de stadsvrijheid, 1468. Met concept en minuut dezer uitspraak. 1 charter en 1 omslag
1001 Stadsbestuur Elburg 1320-1813 ,
1468

Gruyt of Gruytgelt off hoe dat genoemt mag wesen

En wie hoppenbier of koeijte

gruit en gruitgeld elburg 1468

gruit en gruitgeld elburg 2 1468

doprgb50 455

Regionaal Historisch Centrum Eindhoven
Registratieplaats: Helmond
Oud inventarisnummer: 224
Toegangsnummer: 15240 Schepenbank Helmond, 1396-1810
Inventarisnummer: 3797 [Aanvragen (verzoek tot inzage op de studiezaal)]
Aktenummer: 31
Registratiedatum:
1478/1482

Louis van der Velde heeft verpacht Jan zn. v. Jan Moyen dat gruitgelt inden drieen prochien van Rixtel van Arle ende van Stiphout ende Beeck 1 jair lanck voir ende omme 26 gulden à 20 st. met voirwerden dat Jan voirs. pechter van elcken vaet biers dat bynnen den voirs. drie prochien gebrouwen sal weerden off van buytenbier dat onder die gruyt van Peellandt niet vergruyt en is 1 Philips gulden (?) Ende in faut van ennigen die des weygerden dair aff alsoe nyet souden willen betalen ende gekerf(t) waer dat sal Jan die pechter voirs. den voirs. Louis over wijsen ende hem affslach doen sal ..... die somme van 26 gl. voirs. off hem dat helpen utpanden ende al ter grutenrecht Jan Beck - schepen Lambertus Tielmans - schepen 3 mei 1478, 1478/1482

doprgb50 455

Kruydtboeck Oft Beschryvinghe van allerleye ghewassen, kruyderen, hesteren, ende gheboomten
Matthias De L'Obel
Christoffel Plantyn,
1581

p.35
Enghelschen Ael.

Om te maecken tbeste Enghelsch bier Ael geheete, welck een soeten en wijnachtighen smaecke heeft, en meest inde Winter gedroncken wordt, midts dat hem niet wel en houdt: Men neemt gesoden Mout, te weten, Worte, twee honderd ponden, Hoppe twee handtvolle om te verandere de soeten en smetsen smaecke vanden Worte, ende als dat tsaeme wel gesoden heeft ende door ghegoten is soo salment allencstens (als boven gheseijdt is) tsaemen menghen, te weten gist va Bier oft Ael, drye pont, ende Enghels Graut (dat wy Naerbier heeten) ses oft acht ponden.

Graut wordt aldus ghemaekt.

Neemt ses oft acht ponden ghemalen Mouts, siende heet water XII (12) oft XV (15) pont, de welcke tsaemen gheroert en wel onde een ghemengt zijnde ses mael sdaeghs, en met cleedere en stroo zeer wel ghedeckt zijnde soo langhe tsaemen in een schoon vat sal staen weycken tot dat soo dicke wordt als een sijroop. Daer nae salt voorts metten viere opghesoden worden, allemeen zeer neerstich roerende op dat niet aen en berne, tot dat soo dicke als pap gheworden is.

[English Ale

To make the best English beer called Ale, which has a sweet and wine-like taste, and is drunk most in the winter, for it it does not keep well: One takes soaked malt, that is, Wort, 200 pounds, hops 2 handfulls to change the sweet and bland taste of the Wort, and as that has boiled together well and has filtered through soo shall one next mix together, yeast of Beer or Ael, 3 pounds, and English Graut (what we call Naerbier) 6 to 8 pounds.

Graut is made like this.

One takes 6 or 8 pounds of crushed malt, boiling hot water 12 or 15 pounds, which mixed together and well stirred 6 times in a day, and with blanckets and straw very well covered soo long together in a clean barrel shall soak that it becomes thick as syrup. After that it shall be fired and boiled, and stirred very well to keep it from burning, till it is thick as porridge.]

Kruydtboeck p35 1581

p.285
Naerbier/ in Latijn Polenta genoemt
Polenta van de ouders ende vande teghenwoordighe schrijvers.

Daerom hebben we over al in Dioscoride meestendeels voor Polenta Naerbier oft Mout ghezet, bezonderlijck alst beschreven wordt in eenich fatsoen van zaechte plaester oft pappe

[That is why we translated Polenta with Naerbier or Malt in Dioscoride most of the time, especially if related to soft plaster or porridge
f ]

en Naerbier van de Hollanders en de Bosschenaars, of Graut van de Engelsen

Want te Delft in Hollandt pleegt men het dick verzoden Naer-bier welck een extractie of uittreksel is in Latijn liquamentum geheeten, getrokken uit Gersten mout, dat is meel van geweekte en daarna gedroogde en gefrijtte Gerste, niet alleen te bereiden om te eten in de vasten op het brood gelijk syroop

Kruydtboeck p285 1581

doprgb50 455

A handeful of gladsome verses,
giuen to the Queenes Maiesty at Woodstocke this prograce.
By Thomas Churchyarde
Author: Churchyard, Thomas, 1520?-1604.
Publication info: At Oxforde
Printed by Ioseph Barnes, Printer to the Vniuersitie,
1592

Some Peakocks then, will spread their tailes no more
Small boast is best, let touchstone trie out golde
I haue as yet, some tragedies in store
That like Shores wife, in verses shalbe tolde
Condemne no man, though he be waxen olde
A rough barkt tree, whose bowes but crooked grow
When season serues, some mellowd fruit may show.

A great olde Oake, long time will akornes beare
And small young graffes, are long in sprouting out
Some saie old wine, is liked euerie where
And all men knowes, new ale is full of grout
Old horse goes well, young tits are much to doubt
But sure old golde, is more esteemd then new
No Hawke compares, with Hagard in the mew.

Old men know much, though young men cal them fooles
Old bookes are best, for there great learning is
Old authours too, are daily read in Schooles
New sectes are nought, olde knowledge can not misse
Old guyes was good, and nothing like to this
Where fraude and craft, and finenesse all would haue
And playnest men, can neither pole nor shaue.

doprgb50 455

Ausführliche Darstellung der gerechten Ansprüche des Grafen zu Bentheim-Tecklenburg
auf die Herrschaft Bedbur und einige andere
1788

1593

p.70 - 71
Lehnbrief darin der Churfürst zu Cölln die Wohlgeborene Frau Walburg Gräfin zu Mörs mit der Gruidt zu Bergt belehnt. d.d. 8 May 1593

mit vorberürte Gruiten binnen unser Stadt

Gräffin von Newenar gutte Grutt machenn lass

onder Bier gruissen, und uns die grüdl. durch das Jahr alleweg geben

gelt für unsere grudt heischen und nemmen mögen

einig grudt noch kraudt im bier zu thun

das er Grudt oder Kraut in sein bier gulde irgend Anderss

[‘einig grudt noch kraudt im bier zu thun’ is translated:
to do any grudt nor kraudt in beer
= a clear example of setting apart gruit and herbs
f ]

Lehnbrief 1593 70

Lehnbrief 1593 71

doprgb50 455

Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC) 392.57
Schepenprotocol Boxtel
Schepenakte 173
1496

Henrick Dircks en Willem van de Berselaer als principale schuldenaars, verder Aert Willems als borg voor Henrick Meeus Zuetricks en Jan Jacops als borg voor Willem van de Berselaer, beloven samen en hoofdelijk aan Willem Brant als rentmeester van de heer van Boxtel, 6 jaar lang de gruit te pachten volgens de voorwaardes ervan, jaarlijks in 2 termijnen te voldoen ten bedrage van 36 rijnsguldens, elke gulden tegen 20 stuivers, de een helft op St. Bartholomeusdag en de andere helft op St. Mathijsdag. (1496).

gruit boxtel 392 057 031 1496

[Within this volume many more pages about the lease of gruit 1500 - 1550
f ]

doprgb50 455

The Historie of the World:
Commonly Called, the Natvrall Historie of C. Plinivs Secvndvs
Pliny (the Elder.)
Translated into English by Philemon Holland
Adam Islip,
1601

p.561
Barley [husked] was the most ancient meat in old time, as may appeare by the ordinarie cu∣stome of the Athenians (according to the testimonie of Menander) as also by the addition or sirname giuen to sword-fencers, who vpon their allowance or pension giuen them in barly, were called Hordearij, [i. Barley-men.] The ordinarie drie grout or meale also Polenta, which the Greeks so highly commend, was made of nothing els but of barley: and the preparing thereof was after sundrie waies. The manner that the Greeks vsed, was first to steepe the barly in water, and giue it one nights drying; the morrow after they parched or fried it, and then ground it in a mill. Others there be, who (when it is well fried and parched hard) besprinckle it once againe with a little water, and then dry it before it be ground. There are some again, who take the ears of barley when they are green, beat & driue the corn out, and while it is fresh and new, cleanse it pure; which don, they infuse it in water, and while it is wet, bray it in a mortar: then, they wash it well in osier paniers, and so let the water run from it; and beeing dried in the sun, they pound or stamp it againe; and beeing throughly husked and cleansed, grind it into meale as is aforesaid. Now when it is thus prepared one way or other, to twenty pound of this barley they put of Line seed three pound, of Coriander seed halfe a pound, of salt about two * ounces and two drams: and after they haue pearched them all well, they blend them together and grind them in a quem. They that would haue this meale to keep long, put vp into new earthen vessels al together both floure and bran. But in Italy they neuer vse to steep or soke it in water, but presently parch it, and grind it smal into a fine meale, putting thereto the former ingredients, and the graine of Millet besides.

Historie of the World coverpage

Historie of the World p561 1601

doprgb50 455

Der stadt Leyden Dienst-bouc.
Jan van Hout,
Raedthuys, Leiden
1602

p.13-15
[Wat gherechticheyt de Burchgraven]
Wat gherechticheyt de Burchgraven, nopende tontfanghen vande poorteren, alhier vercreghen hebben, brengt tvoorgaende privilegie ghenouch claerlicken mede: Waer inne schijnt verandert te zijn tvoorgaende privilegie van den jare twaelf hondert zessentzestich, van gheen poorteren te ontfanghen, dan al voren verworven hebbende tbewillighen beneffens den acht Schepenen, vande Grave, of sGraven Rechter, ende dat de Burchgrave alhier, in plaetse van dien ghenomen ende ghestelt is.
Belangende de twisten ende gheschillen die van outs tusschen den Burchgraven ende dezer Stede zijn gherezen, vinde ick voor teerste eenen brief vanden innehouden hier naer volghende.

Wi Willaem Graue van Henegouvven, van Holland, van Zeland, ende Here van Vrieseland, maken cont allen luden] dat onse lieue ende ghetrouvve Ridder, Hair Dieric Borchgraue van Leyden, enen tvvi hadde jeghens onsen Scoute, Sce]pene, ende Raed, ende ghemene poirte van Leyden, Alze omme thoppene bier datmen dair brouvvede, dair him dochte] dat hi in verminderen vvas van zire gruyte, Des zi ane beyden ziden an ons bleuen: Waer of vvi vvel beraden] med goeder voirzienichede onze zegghen vten in deser manieren: Dat zoe vvie voirdvvaerd meer die gruyte te Leyden] houden zel, die zel houden, beyde hoppe ende gruyte. Alzoe dat hi den goeden luden berechten moghe: Ende zoe vvie] hoppen bier brouvvet, die zel alzoe vele ghelds zenden omme hoppe te hebben zijn bier mede te gruyten, als hi zenden] zoude van evenvele biers omme gruyte zijn bier mede te gruyten. Ende dair bi zelmen hun hoppe leueren, gelike] datmen hun gruyte leueren zoude. Ende dair mede zoe zegghen vvize onderlinghe gheeffend ende ghesceyden.
In] oirkonde desen brieue bezegheld, med onsen zeghele. Ghegheuen in die Haghe des satersdaghes voir sente Jans] dach te middezomer int Jaer ons Heren dusent driehondert zes ende tvvintich.

Den voorschreven brief bestaende, volghende de afdeelinghen hier voren ghedaen tusschen dezer gelijcke ] ] text haecken van twaelf reghelen, was gheschreven op een stuck franschijns, lang zes duymen, vijf greynen, hooch toegevouwen ij. d. v. gr. ende de vouwe breet vijf greynen, maer en hadde gheen zeghel, hoe wel uyt de double franchijnen staerten daer noch inne stekende, zo onder als boven te zien was, dat die bezegelt was gheweest mit een groen wassen zeghele, in zijn dwers-linie groot omtrent elf greynen.

Al voren nu te gaen tot de vordere privilegien, de voor-ghenomen zaecke, te weten, den Burchgraven aengaende, diende alhier wel yet vermaent, belanghende de voorgaende twy, mitsgaders de gherechticheyt vande gruyte, wat tzelve van outs gheweest zy, daer inne ick my, om de waerheyt te bekennen, bedwelmpt vinde, ende blijde steerken. Tschijnt wel dat gruyte van outs gheweest is eenige stoffe of behouften diemen tot het brouwen van bieren van bederf hadde: ghestaen, of gheweest hebbende in handen vanden Burchgrave, of vanden genen des van hem last hebbende: die ten opsichte van dien eenighe innecomen, of pro jten trocken: Ende dat de wetenschap gevonden, ende in twerck gestelt zijnde van tbier te brouwen mit hoppe, de Brouwers van dien tijt (haer eyghen pro jt zouckende) het halen van gruyte, om daer mede te brouwen, naer latende, tverminderen, of onthouden van des Burchgraven gherechticheyt, oorzaeck van dees twy ghegheven zoude hebben. Wat nu eyghentlicken gruyte was, bekenne rondelicken, dat ick zo lange aen tbrouwen niet en zy gheweest, om zulx te connen verclaren: maer om mijn ghevoelen daer van te zegghen, ende naerder lettende op twoort gruyte, twelc waerschijnlicken heercoemt van grueyen, bedunckt my (behoudens eens yegelix beter ghevoelen,) tzelve gheweest te zijn de const ofte practijck van mout-maecken: te weten, van tgreyn al voren geweect zijnde, te doen spruyten of grueyen: ende dat zulx de gene des last van de Burchgraven hebbende, ghewoon was den goeden luyden diet van noode hadden, voor hunnen penning, ter gezetter mate toe, te berechten: Ende dat tzelve berechten mitter tijt verandert zy opten voet alsnoch lopende: te weten, dat alle Brouwers niet alleen ten behouve van den huyze van Wassenaer voor het recht vande gruyte, als aenhang ende ghevolch vant Burchgraefschap, betaelt hebben, ende noch betalen, van elcke broute biers, lang drie ende dertich vaten, drie grooten vlaenis: ende van elc vat over-brouwers daer en boven, een penning payments, te weten, het zestiende-deel van een stuver: maer oock dat gelijc recht ghenoten wert van wegen de Graeflicheyt, Ende hier mede in tvorder zwijgende vande gruyte, zal voorts gaen ende spreecken van het tweede by my gevonden geschille mitten Burchgrave, waer toe voor teerste zal dienen het privilegie hier inne-ghelijft.

doprgb50 455

A briefe treatise touching the preservation of the eie sight consisting partly in good order of diet, and partly in vse of medicines.
Baley, Walter, 1529-1592.
Publication info: At Oxford : By Ioseph Barnes,
Printer to the Vniversitie,
1602

p.8
Touching the direction of those which * haue bin accustomed to drinke wine, I do nothing doubt, but that they may with∣out offence beare such drinks for the sight, compounded with wine, to take a draught in the morning, especially if they alay the same with the distilled water of fenell, acccording
p.9
to Arnoldus counsell. And for this purpose, choyse may bee made of verie good white wine, and the thinges may be mingled in the countries where the wine doth growe, notwithstanding in that our most vsed drinke with meat is ale, or beere, these are very convenient to receiue these thinges for the sight, and absolutely better then wine, if yee like to drinke the same with meate: as our authors doe counsell. Which ale I thinke better to be made with grout according to the olde order of brewing. And so the thinges for the sight may be sodden in the grout, or other way put in the drinke, when it is newly clensed, & put into the vessell in vvhich sit is tunned to be kept, that in the working of the drink in the vessell, the vertues and qualities of the thinges may bee drawen and receiued into the same. VVhen these thinges are compounded in meade, then the same are sodden with the honie, in such order as other herbes are sodden, when they make methegline.

I thinke it best to begin with the simplest order to compound ale or beere to ech mans best liking with eiebright onely,
p.10
taking to every gallon of the drink a great handfull of the herbe, and bind it togither, or put it in raw and thinne tinsell of silke, and so tie the same by a string to the tap of the vessell, that the herbe may hang in the middest of the drinke, not too low in the grownd, neither to high in the barme, be∣ing put into the drinke vvhen it is nevvlie clensed: let all vvorke togither vntill the drinke be cleare and ripe, to bee dronken according to the common vse, and then ye may drinke of it at pleasure in the morning fasting, and at meate also if you will, and can vvell like thereof; and most men may like to drinke it, because this herbe doeth yeelde no vngratefull taste, but rather with a pleasant sapour doth commende the drinke. It were not amisse to avoide windines, to every handfull of the herbe, to adde two drammes of fenell seeds, well dusted, and a little bruised. As I do put this for more proportion to beginne vvith-all, that the stomacke be not at the first offen∣ded with the strangenes: So after a time, yee may increase the quantitie, and put to every gallon of the drinke, tvvo handfuls of the herbe, vvherein yee may best be directed
p.11
by the taste, that the herbe shall yeelde into the drinke. In the winter sea∣son yee may also adde some spices, as ginger, vvhole mace, a few cloues, nutmegs, cinnamon, and make as it were bragget ale: vvhich drinke besides that it doth preserue and cleere the sight, will also helpe digestion, clense and cut phlegme, and breake winde.

doprgb50 455

Cruydt-boeck van Rembertus Dodonaeus
volgens sijne laetste verbeteringe: met biivoegsels achter elck capittel, uut verscheyden cruydtbeschrijvers: Item in't laetste een beschrijvinge vande Indiaensche gewassen, meest getrokken wt de schriften van Carolus Clusius,
Volume 2
Rembert Dodoens, Carolus Clusius, Charles de L'Ecluse, Christ Acosta, Garcia da Orta, Willem Swanenburg
in de Plantynsche druckerije van Françoys van Ravelingen,
1608

p.885
Maer het dick verzoden Naerbier heeft groote ghelijkenisse met de Polenta: want het is uwt Gerste Mout getrocken, dat tot meel van gheweycte, ende daer nae ghedroochde ende ghefrijtte oft gerooste Gerste. Daerom heeft den selven Lobel in de boecken van Dioscosides meestendeel voor het woord Polenta in onze tael Naerbier oft Mout gestelt, bezonderlijck als de Polenta beschreven wordt als een zachte pappe.
Immers het Naerbier ghelijct de Polenta veel beter dan het Gort van de Neder Duytchen, seydt den selven Lobel.

p.889
Engelschen Ael wordt aldus gemaect: Neemt twee hondert pondt Gesoden Mout, dat is worte: twee handtvollen Hoppe: Als dat tsamen wel gesoden heeft ende door gegoten is, salment allen-grukens tsamen mengen, als boven geseydt is, te weten Gist van Bier oft Ael drij pont, ende Engels Graut, dat wij Naebier noemen, zes oft acht ponden.

doprgb50 455

The English husbandman. The first part: contayning the knowledge of the true nature of euery soyle within this kingdome: how to plow it; and the manner of the plough, and other instruments belonging thereto. Together with the art of planting, grafting, and gardening after our latest and rarest fashion. A worke neuer written before by any author: and now newly compiled for the benefit of this kingdome.
By Garuis Markham
Author: Markham, Gervase, 1568?-1637.
Publication info: London : Printed by T[homas] S[nodham] for Iohn Browne, and are to be sould at his shop in Saint Dunstanes Church-yard,
1613.

THE SECOND PART OF THE FIRST BOOKE OF the English Husbandman, Contayning the Art of Planting, Grafting and Gardening, either for pleasure or profit; together with the vse and ordering of Woodes.

p.76-77
that if they haue moe Plumbes ripe at once then they can vse, or spend, that then after they are gathered, to spread them thinnely vpon Nettles or Uine-trée leaues, and it will preserue them sound and well coloured a long time together, but if your store be so superabundant that in no reasonable time you can spend them, then what you doe not preserue, or make Godiniake, or Maruulade of, the rest you shall take and sprinkling them ouer with swéet-worte, or growt, and then laying them one by one (yet so as they may not touch one another) vpon hurdles or fleakes made of wands, or twigges, and put them into an Ouen after bread or Pyes haue béene taine thereout, and so leasurely dry them, and they will not onely last, but tast pleasantly all the yéere after: and in this sort you may vse all kindes of Plumbes

doprgb50 455

Herbarius oft Cruydt-Boeck van Rembertus Dodonaeus
volgens sijne laatste verbeteringe
Tot Leyden,
Inde Plantijnsche Druckerije
van Francoys van Ravelingen
1618

p.813
Graut oft Naerbier wordt aldus ghemaeckt, seijde Lobel:

graut naerbier Dodonaeus 1618

doprgb50 455

Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC)
482.197 Index schepenprotocol Liempde (482.197)
Schepenakte
1632-1633

Gruyt - Nicolaes Janssen van de Bichelaer

Adriaen zoon wijlen Eijmbert Henricks, oud-schepen van Liempde, thans raadsman en borgemeester voor Boxtel, oud ca. 75 jaar (1632)
Dirck Stevens, oud schepen te Liempde, inwoner van Boxtel, oud ca. 90 jaar (1632), verklaring over de gruit waarbij meer dan 50 jaar lang al vrijheid gold van brouwen van bier voor kermissen, kinderfeesten of uitvaarten etc., welk bier niet voor geld wordt verkocht, want daarover is nooit gruitgeld betaald geweest.
Meester peter van Limborch, stadhouder (naam is doorgestreept).

Adriaen Janssen van de Bichelaer, vorster voor Liempde, oud ca. 48 jaar (1632), is al meer dan 30 jaar geleden begonnen met bier te brouwen zonder dat hij ooit gruit heeft hoeven te betalen van bier dat te Liempde werd gedronken op kinderfeesten, kermissen en andere gelegenheden, welk bier niet tegen geld werd verkocht, of dat bier al dan niet op straat werd vervoerd of getapt.
Jonker Wernaer van Honselaer had enige jaren terug (thans 1632) iemand aangesteld om de gruit te collecteren te Liempde voor bieren die tegen geld werden verkocht of getapt, maar niet voor andere bieren die bij particulieren werden gebrouwen en tegen geld werden verkocht.

gruyt 482 197 042 1632

gruyt 482 197 047 1632

gruyt 482 197 048 1632

[Within the same cover multiple pages with the superscription Gruyt
f ]

doprgb50 455

KILIANUS AUCTUS
seu
DICTIONARIUM
Teutonico-Latino-Gallicum: cui hac editione primum accesserunt interpretatio vocum Gallica, ac centuum notae, ingens auctarium vocum belgicarum, quae vulgo obtineant
Cornelius Kiliaan, Ludolphus Potterus
Apud Ioan. et Iodocum Iansonios,
AMSTELODAMI
1642

p.659
Worte oft meddigh bier / ghesoden mout.
Mustea cervisia & tepida, dilutium ex quo postea cervisia coquitur, condimentum cervisiae, condimentum polentarium, potionis sive pultis genus ex farina hordei torrefacti, aliisque aqua perfusis constans, quae post adjecta mistaque cerevisiae recens coctae colorem saporemque adfert: quibusdam etiam nae-bier & nae-goed, dicitur. La brassine, le trampu des grains dont on brasse la biere.

[post adjecta = added later
f ]

nae bier nae goed 1642

doprgb50 455

HISTORIAE PLANTARVM
VNIVERSALIS NOVA
ET ABSOLVTISSIMA
cvm consensv et dissensv circa eas
TOMVS II
Johanne Bauhino, Johann Henrico Cherlero
Typographia Caldoriana,
1651

p.428
Primae nobilitatis Anglorum Ala
Graut Anglorum (Belgae Naerbier vocant)

Germanis & Belgis Gentiana, Blacce, Lauri Zeduaria, Gaghel

HISTORIA PLANTARVM p428 1651

doprgb50 455

A true gentlewomans delight
Wherein is contained all manner of cookery: together with preserving, conserving, drying and candying. Very necessary for all ladies and gentlewomen.
Published by W. I. gent.
Kent, Elizabeth Grey, Countess of, 1581-1651., W. J.
London: printed by G.D. and are to be sold by William Shears, at the sign of the Bible in St. Pauls Church-yard,
1653

p.36
To make grout.
Take some Wheat and Beanes and when you have made it into Malt, then rittle it, then take some Water, or some small Wort, and heat it scalding hot, and put it into a pail, then stir in the Malt, then
p.37
take a peice of sower leaven, then stir it about and cover it, and let it stand till it will cream, then put in some Orange pills, then put it over the fire and boil it, keeping it stirring till all the white be gone.

doprgb50 455

A choice manual of rare and select secrets in physick and chyrurgery collected and practised by the Right Honorable, the Countesse of Kent, late deceased ; as also most exquisite ways of preserving, conserving, candying, &c. ; published by W.I., Gent.
Author: Kent, Elizabeth Grey, Countess of, 1581-1651.
London,
1653

p.34
To make grout.

Take some Wheat and Beans, and when you have made it into Malt, then rittle it, then take some water, or some small Wort, and heat it scalding hot, and put it into a pail, then stir in the Malt, then take a piece of four leaven, then stir it about, and cover it, and let it stand till it will cream, then put in some Orange pills, then put it over the fire and boil it, keeping it stirring till all the white be gone.

doprgb50 455

Samuel Hartlib His Legacy of Husbandry
Wherein are Bequeathed to the Common-wealth of England, Not Onely Braband, and Flanders, But Also Many More Outlandish and Domestick Experiments and Secrets (of Gabriel Plats and Others) Never Heretofore Divulged in Reference to Universal Husbandry. ; With a Table Shewing the General Contents Or Sections of the Several Augmentations and Enriching Enlargements in this ...
Samuel Hartlib
London
1655

p.157
Animadversor. Grout is made of Barley or Oats, &c.

but this Grout which I mean, is a small round thing, it cometh over to us in Holland ships,

Samuel Hartlib p157 1655

doprgb50 455

The compleat husband-man
or, A discourse of the whole art of husbandry; both forraign and domestick. Wherein many rare and most hidden secrets, and experiments are laid open to the view of all, for the enriching of these nations. Unto which is added A particular discourse of the naturall history and hubandry [sic] of Ireland. By Samuel Hartlib, Esq.
Author: Hartlib, Samuel, d. 1662.
Publication info: London : printed and are to be sold by Edward Brewster at the Crane in Paul's Church-yard,
1659

p.109
What seed, grout, or grutze is made of the same seed, and in the same manner, as that which in English is called Groats (viz.) of Oates and of Barley

doprgb50 455

Martini Schoockii liber de cervisia: quo non modo omnia ad cerealem potum pertinentia comprehenduntur, sed varia quoque problemata, philosophiphica & philologica, discutiuntur
Marten Schoock
Bronchortsius,
1661

p.95 - 101
Caput Decimus Tertium.
De Ala Anglorum
[The English Ale]

p.97
apud Belgas vulgo vocatur Naebier, apud Anglos vero Graut

Naebier Graut Martini Schoockii 1661

p.101
Ala denique a Graut, aut Nabier, in hoc dissert, qoud illa quo diutius coquitur, instar mellis, aut sacchari magis inspissetur, quum ala coquendo reddatur tenuior, unde & tamdiu coquitur, quam tenax, esse desierit.

De Ala Anglorum chapter in PDF

doprgb50 455

An Essay Towards a Real Character and a Philosophical Language
John Wilkins
S. Gellibrand,
1668

p.259
Water boiled with some other ingredients
Grout

grout 1668

doprgb50 455

A collection of English vvords not generally used
with their significations and original in two alphabetical catalogues, the one of such as are proper to the northern, the other to the southern counties : with catalogues of English birds and fishes : and an account of the preparing and refining such metals and minerals as are gotten in England
Author: Ray, John, 1627-1705.
Publication info: London : Printed by H. Bruges for Tho. Barrell
1674

p.22-23
Grout: Wort of the last running. Skinner makes it to signify Condimentum cerevisiae, mustum cerevisiae, ab AS. Grut. Ale before it be fully brewed or sod, new Ale. It signifies also millet.

doprgb50 455

A dictionary, English-Latin, and Latin-English
The Second Edition enlarged.
Elisha Coles
G. Sawbridg,
1679

GRO
Grout [wort] Condimentum cerevisiae

doprgb50 455

Glossarium ad Scriptores mediæ et infimæ Latinitatis
Charles DU FRESNE (Seigneur du Cange.)
1681

p.660
Grutum, Leguminis species, Alias Granamelum: Anglis Grout.

GRUTUM DU FRESNE 1681

doprgb50 455

Adriaen & Melchior Mels
Dordrecht
1660 - 1696

1683
Soetbier
[Sweetbeer
The third infusion should be boiled down 16, 18 or 20 barrels. No hops go in the third infusion. When the servants are in their beds one quarter pound of coriander-seeds and one half pound of anise seeds, crushed, is put in the gutter until the Nabier is through.
f ]

1687
Bruijn-Bitter-Bier
[Brown-Bitter-Beer
For the third infusion 52 barrels of hot water, this being stirred, and kept in the tub a fair amount of time, put on the tap, and pump this in the hop kettle, together with what remains of the second infusion, and boil down to 24 to 25 barrels, add to this Nabier 1/2 sack of hops

f ]

Nimweeghse Mol

Wert van blanck gerste mout, sonder ietwes anders, gebrouwen.
Tot ijder ton mol, Neemt 50lb gersten mout, oock wel maar 39 en 40 lb.
Hoppert koockt 3/4 uurs of 1 uur, onder den hoppert, neemtme soo veel hop, als ontrent in een agtendeel, daermen kooren mede meet gaat, het mout daer men mol van brouwt, moet hart gedroogt weesen.
Van de mol werden maar 2 Roersels gedaen, het eerste roersel wert opde backen gepompt tot dat het 2e heet is, dan laat men het eerste Roersel in de ketel pompen, tot op 15 a 16 ton naar die men op den back moet houden tot dat het 1e en 2e roersel cort is: het Eerste roersel, of hoppert, moet 1 uur of 3/4 uurs koocken, daer onder 1 agtendeel hop, kort sijnde moet men het inde klaar kuijp lossen, gelost sijnde, soo pompt men het Nabier of 2e roersel inde ketel, laat dat maar even koocken, ofte deurbreecken (Nota onder t’ Nabier, doet men geen hop.) lost het dan onder den hoppert, in de klaar kuijp, en laat dat heel rins omgaan. ’t Moet wel 1 uurs of 10 staen, dog des soomers soo rins niet als des winters. (Nota. Des winters laat ment soo rins werden, als men het can crijgen.) rijns sijnde, pompt het opde backen, laat het daer op heel koudt werden, set dan het gijl daer mede. (Nota het gijl wert op de manier van soet bier geset.)
Het 2e Roersel ofte Naebier, uijt de ketel gelost sijnde, soo pompt, de 15 a 16 ton die gij vanden hoppert opde backen gehouden hebt, in de ketel, doet daar geen hop in, en laat dat op 5 ton heel langhsaam verkoocken, totdat het soo dick als stroop is, en bewaart dit tot 1/2 uur te voren, eer gij aan’t vaten gaat, laat dan het dicke bier als stroop bij schieten, en vaat 1/2 uur daer naar.

Nota. Het dicke stroopachtige bier koockt somtijts wel 2 dagen. Hoe sagter en lancksamer het koockt, hoe beter. Den derden dagh wert de mol gevaet. Voor 1 ton mol wert 5 gl. betaalt.
Het eerste roersel moet 2/3 van het nat dat men van doen heeft groot wesen en het 2e 1/3.
Nota. Men moet hoppert en nabier in de klaarkuip lossen. En moet in de klaarkuip staan een uur of 10, totdat het wat omgegaan is en geoordeelt wert blanck genoegh te sijn. Wert die op de backen gepompt, en het gijl mede geset, het moet een sterk gijl wesen, eer men vaat.
Nota. Men moet het op de backen heel coudt laten worden.

[The second infusion or Nabier, as it is out of the kettle, one pumps the 15 to 16 barrels (approx 2250 liters) wort you kept apart in the kettle, add no hops, and boil down to 5 barrels (approx 750 liters), very slowly, till it is thick as syrup, and keep this, until upon filling the barrels, add the thick beer, and barrel it after half an hour.
Note.
The thick syrup sometimes boils for two whole days. The softer and gentler it cooks, the better. The third day the Mol was barreled. Five guilders were paid for one barrel.
The first infusion should be two-thirds of the total liquid and the second one-third.

(Undated unlike the other recipes, written in the past tense, old-fashioned cheap beerprice)

f ]

nabier mol melchior mels


doprgb50 455

Antonii Matthæi
de NOBILITATE

AMSTELODAMI, & LUGD. BATAVOR.
apud Janssonio-Waesbergios, & Felicem Lopez,
1686

p.910
exercitium dictae grute & juris fermentandi ex parte

p.911
Item quod nos dictam grutam & jus fermentandi pro eadem copia in jure suo conservabimus, nec permittemus qoud aliqui, qui a dicta gruta fermentum de jure tenentur accipere

Utrique etiam Grutae seu juris Grutea exactores per eosdem terrarum tractus. Gruta seu jus Grutae, qoud coctores cerevisiarii pro usu aquae solvebant

p.912
Teloneum vero, monetam, & negotium fermentatae cerevisiae, & quod vulgo Grut nuncupatur &c.

NOBILITATE p911 1686

doprgb50 455

GLOSSARIUM ad Scriptores
Mediae & Infimae Graecitatis
DUOS IN TOMOS DIGESTUM
Auctore Corolo du Fresne, Domino Du Cange
Posuel,
1688

p.267 - 268

Grutum

Grutum Du Cange 1688

doprgb50 455

Dictionnaire universel
contenant généralement tous les mots françois tant vieux que modernes et les termes de toutes les sciences et des arts
Volume 2
Antoine Furetière
1690

GRU.
GRUAU.
Ce mot vient de grutellum, diminutif de grutum.

De Cange dit qu’il vient de gruellum, qui s’est dit la boullie qui se saifoit avec de l’eau & toute sorte de farine

[ 'boullie qui se saifoit avec de l’eau & toute sorte de farine' =
translated: porridge made with water and all kinds of flour
f ]

grutum 1690

doprgb50 455

An account of Denmark as It was in the Year 1692
Robert Molesworth
Goodwin,
1694

p.101
of Oats for Grout

oats for grout 1692

doprgb50 455

Caroli Du Fresne domini Du Cange
Glossarium ad scriptores mediae & [et] infimae Latinitatis: in quo Latina vocabula novatae significationis, aut usus rarioris, barbara & exotica explicantur, eorum notiones & originationes reteguntur... accedit Disertatio de imperatorum Constantinopolitanorum seu De inferioris aevi, vel Imperii, uti vocant, numismatibus,
Volume 1
Charles du Fresne Du Cange
ex Officina Zunneriana apud Johannem Adamum Jungium,
1710

p.742
GRUTUM, Leguminis species, alias Granamelum: Anglis Grout

doprgb50 455

Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC) 5121.79
Schepenprotocol Sint-Michielsgestel
Schepenakte notaris van Zutphen, pachter van de houtschat
Aalbert van der Camme, pachter van de gruit
Datering: 1710-1714

Gruijt Sint Michielsgestel 5121 079 0352 1714

Gruijt Sint Michielsgestel detail 1714

doprgb50 455

Das Königliche Nider-Hoch-Teutsch, und Hoch-Nider-Teutsch Dictionarium
Volumes 1-2
Matthias Kramer
Kramer,
1719

p.109
Grut-meel, grut-koek &c.
Grut-molen; Gruttery
Grutter

Das Konigliche Nider Hoch Teutsch p109

doprgb50 455

Historie ofte Beschryvinge van 't Utrechtsche bisdom
Volume 3
Hugo Franciscus van Heussen, H. V. Ryn
C. Vermey,
1719

p.119
AANTEKENINGEN.
1. Gruitgeld, op zyn Latynsch grute en jus grutae, moest volgens de meeste schryvers door de Brouwers betaalt worden voor ’t gebruik van ’t water; of om het water van kroos en allerhande groente te zuiveren.

p.120
die van onzent wege gemagtig zal zyn om ’t gemelde gruitrecht, en ’t recht van gisten, waar te neemen,

p.122
Ik zouw ‘er al zeer naar hellen, dat het gruit-recht enkelijk op het recht van de gist te leveren, te koopen, en wat daar vorder aan vast is, zal gezien hebben.

doprgb50 455

Beschryving der stadt Delft
by Reinier Boitet,
1729

p.614 - 618
Verhandeling van ’t gruitgelt

doprgb50 455

Generale Inhoud Van alle de Placaten, Ordonnantien, Resolutien, Statuten, Edicten, Handvesten, Privilegien, en andere Acten,
begrepen in Ses Registers, op het Groot Utrechts Placaetboek
Johannes “van de” Water
Poolsum,
1733

p.121
Grutte. Van den impost op een mud grutte. Ziet, Gemaal.
Grutmolens mogen zonder consent ten platten Lande niet gestelt worden.

p.383
Grutters. Van het grutters gild.
hoe de collecte van den impost op het gruttemeel te doen
mogen geen weyte- of roggemeel verkoopen

doprgb50 455

Glossarium ad scriptores mediæ et infimæ latinitatis
Auctore Carolo Dufresne, Domino Du Cange
Tomus Tertius E-K.
1738

p.921
GRUTUM, Leguminis species, alias Granamelum: Anglis Grout, [à Saxonico Grut, Far, condimentum cerevisiae, zea, alica.] Liber Rames.sect.144. Decem mittas de braseo, & 5. de Gruto, & 5. mittae farinae triticae, &c.

doprgb50 455

Johann Leonhard Frisch Teutsch-Lateinisches Wörter-Buch
Johann Leonhard Frisch
Verlegts Christoph Gottlieb Nicolai,
1741

p.378
Gruden
und scheint auch das Wort Grutia, Jus Grutiae

Grutia Jus Grutiae 1741

doprgb50 455

Beschreiving van de stad en baronnie Asperen
Martinus Beekman
by Mattheus Visch,
1745

p.187
Wat het woord Gruit wil te kennen geeven, is al over seer lang onbekend geweest, en nu geheel buiten menssen geheugen. Elk gist daar na, en maakt daar van, dat hem het waarscheineleikst voorkoomd.

doprgb50 455

Catti aborigines Batavorum. Dat is: de katten de voorouders der Batavieren, ofte de twee Katwijken, aan see en aan den Rijn.
Adrianus Pars
by Johannes Arnoldus Langerak,
1745

p.480
Grutum leguminis species, alias Granamelum (Graenmeel) Anglis Grout.

Catti aborigines Batavorum 1745

doprgb50 455

Zaltbommelse almanak
1758

p.44
Gruyt Accyns Christiaan de Haan 160

Gruyt Accyns 1757

[Part of a series of almanacs ranging from second half 18th- and into the 19th century with the lease of Beer and Gruit van Bieren.
f ]

doprgb50 455

Amsterdam, in zyne opkomst, aanwas, geschiedenissen, voorregten, koophandel, gebouwen, kerkenstaat, schoolen, schutterye, gilden en regeringe,
Beschreven door Jan Wagenaar
Historieschyver der Stad
I. Boek. II. Deel.
Tirion,
1760

p.99 - 100
Wat gruite en gruitgeld geweest zy.

Jan van Hout, een Schrijver der zestiende eeuwe, vermoedt, niet zonder grond, dat het woord grute of gruite afkomstig is van gruijen, dat is, groeijen, en zo veel betekent, als mout, zynde gerst, of ander graan, welk, eenigszins vogtig gemaakt, groeit of uitspruit, en zo om bier van te kooken gebruikt wordt (n). De Graaven waren vanouds gewoon, de gruit of het mout te leveren aan elk, die bier brouwde, en hielden ‘er voorraad van, in een Gruithuis of Moutery, ten deezen einde opgeregt, welke zy gewoon waren te verhuuren; gelyk duidelijk blykt uit eenen Brief van Graave Willem den III. van den zestienden May des jaars 1322 (o). Doch ’t schynt, dat zy, door den tyd, ook aan byzondere persoonen hebben toegestaan, hun eigen mout te maaken, en zelfs bier met hoppe, welk duuren kon, te brouwen (p), mids men hun zeker regt betaald, welk gemeenlyk gruitgeld, en ook wel ketelgruit, naar den brouwketel, waarin de gruit werd gekookt, genoemd werdt (q).

gruit p99 1760

gruit p100 1760

doprgb50 455

Glossarium ad scriptores mediae et infimae latinitatis,
Volume 2, Deel 1
Charles Du Fresne Du Cange (sieur)
Impensis Thurnisii, Joh. Rudolphi filii,
1762

p.531 - 532
GRUTUM, Leguminis species, alias Granamelum: Anglis Grout, [à Saxonico Grut, Far, condimentum cerevisiae, zea, alica.] Liber Rames.sect.144. DEcem mittei de brasso, & 5. de Gruto, & 5. mittae farina triticae, &.

GRUTT, & GRUIT

Glossarium grutum gruit 1762

doprgb50 455

Nieuwen Bommelsche Almanach,
voor 't Jaar
1770

Over Zalt-Boemel.

De Verpachting over de Stad en Scheependom van Zalt-Beomel.
Gruit van Bier, J. van Triest, 112

[Part of a series of almanacs ranging from second half 18th- and into the 19th century with the lease of Beer and Gruit van Bieren.
f ]
ALM 1770 01 01 004

ALM 1770 01 01 030

doprgb50 455

Beschryving der stad Bommel
Behelzende in het kort al het geene men omtrent die Stad en Inwoonders, met opzigt tot deszelfs Opkomst, Aanwas, Voorregten, Regeeringe, Daden en Handelingen heeft kunnen uitvinden;
by A. Borchers, en J. Groenwoud, Jansz,
1774

p.30
Omme Uw. Ed. myne gedachten bloot te leggen, ik zoude niet ongegrond agten, dat Gruite niet anders betekend dan gebroken Gerst, dat men tot op dezen dag toe Grutte noemd, en dat ‘er de voorzaten mede hetzelfde door verstaan hebben.
Grutum Leguminis species alias GRANAMELUM (graenmeel) Anglis GROUT GRUTSUM videtur, qoud Flandri GRUTTEN of GORT vocant, hordeum siccatum, ex quo conficitur Cerevisia Dit getuigd Du Cange.

doprgb50 455

Versuch eines vollständigen grammatisch-kritischen Wörterbuches Der Hochdeutschen Mundart
mit beständiger Vergleichung der übrigen Mundarten, besonders aber der oberdeutschen. von F-K. Zweyter Theil,
Volume 2
Johann Christoph Adelung
verlegts Bernhard Christoph Breitkopf und Sohn,
1775

Grud, gleichfalls zu dem veralteten gruden, grüden, zermalmen zu gehören, von welchem noch unser schroten üblich ist.

dem veralteten gruden 1775

doprgb50 455

Zaltbommelse almanak
1775

p.30
Gruyt van Bieren, G. van Heel, 106

Gruyt van Bieren 1775

doprgb50 455

Horda Angel-cynnan
Or a Compleat View of the Manners, Customs, Arms, Habits &c. of the Inhabitants of England, from the Arrival of the Saxons, Till the Reign of Henry the Eighth (etc.),
Volume 3
White,
1776

p.72 - 73
The method of brewing beer, before the use of hops, is set down as follows, in an old MS. in the Harleian Library:
mark. 6816.

To make a Hogshead of strong Ale.
It was neccessary first of all to make the grout, which was thus done: 9 gallons of water was to be well boiled, and put into a brewing vessel; when it was a little cool, there was put therein 3 pecks of of malt, which was left standing for an hour and half, and then it ought to be drawn off into a cooler; -when it was near cold, it was put into a vessel provided for that purpose, perfectly clean, and having a cover to stop it down close; -being therein, it was closely covered down, that it might there stand to sharpen; - if the weather should be cold, it might require about 18 hours, but if it was hot not quite so long. It was the brewer's task carefully to examine it, and judge when it had work'd, and was ripe enough; (yet he ought as seldom as possible to open it, lest by the frequent uncovering, the spirit should evaporate). -When it was ripe enough, upon the sudden opening of the vessel, the strength of the fume arising from the liquor would near, if not entirely, extinguish a lighted candle, which ought to be provided short on purpose, and holden over for the proof thereof: -also it is to be remark'd, that when the liquor was ripe enough, ir would constantly be of a sharp taste, and a yellowish cast. -When by these proofs the brewer was satisfied that the grout was properly ripened, he poured it forth into the copper and boiled it moderately, upon a slow fire, for about an hour, constantly stirring it all the while; and to know when it was boiled enough, he provided a small ashen stick, which being alighted at the fire, he thrust suddenly into the boiling liquor, drawing it forth as quickly as possible, -when, if the fire on the stick remained still unextinguished, it was well boiled, but not if it were otherwise. This being done, the liquor was put into a vessel of 20 gallons, or thereabouts, and yeast put to it, that it might work, which when it had sufficiently done, it was ready for the wort to be put into it. -The wort might be brewed of what strenght the brewer should please, so that it did not exceed 60 gallons to the above proportion of grout. The brewer ought to be very carefull, to have this wort ready at the proper time, to mix with the grout before it should grow too sharp; also that his wort should be quite cold, when it is poured into the yeasting vat, and there being mix'd with the remainder of the wort, is left to work together; which when it hath sufficiently done, it must be strained off into the hogshead, through a hair five made for that purpose, where it must also work like other beer or ale.

Note that if the wort be made the day after the grout, they will be both ready together, except perhaps in the depth of winter, when the excessive cold masy prevent the grout from sharpening so quickly; -in that case, take a fireshovel full of clean wood ashes, and put into the vessel with the grout, and they will cause it to sharpen much sooner.

I read here also of of malt, which is the kernels grossly broken, and cleared from the flour; also of wheat malt, and in default thereof wheat grossly ground; and also of bean flour, as used in brewing of beer.

[ 1 Imperial Gallon (Imperial Gal) = 4.54609 liters.
9 gallon = 41 liters.
20 gallon = 91 liters.
60 gallon = 273 liters.
1 hogshead = 66 gallon = 300 liters.
1 peck is an imperial unit of dry volume = 2 dry gallons = 16 dry pints = 9.09 liters.
3 pecks = 27 liters.
f  ]

Horda 72

Horda 73

doprgb50 455

Etymologicvm Tevtonicæ lingvæ
sive Dictionarivm Tevtonico-Latinvm, præcipvas Tevtonicælingvæ dictiones et phrases Latine interpretatas, et cvm aliis nonnvllis lingvis obiter collatas complectens,
Volumes 1-2
Cornelius Kiliaan, Gerardus Hasseltus
Apvd Roelandvm de Meyere,
1777

p.409
Nae-goed. nae-bier / worte. Condimentum polentarium.

p.819
Worte oft meddigh bier / ghe-soden mout
condimentum cerevisiae, condimentum polentarium

nae bier nae goed condimentum 1777

doprgb50 455

Vergelyking van de voornaamste imposten, welke ten behoeve van het gemene land geheven worden,
in Holland en het Sticht van Utrecht.
1782

p.6
BROUWERS GEMAAL
Ketelgruit

Ketelgruit 1782

doprgb50 455

Vaderlandsche letter-oefeningen of tijdschrift van kunsten en wetenschappen
Volume 1
Van der Kroe,
1788

p.207-212
Overysselsche Gedenkstukken. Vierde Stuk. Door Mr. J.W.RACER.

gruit 1788

gruit 2 1788

doprgb50 455

Handvesten, privilegien, vrijheden, voorregten, octrooijen en costumen
midsgaders sententien, verbonden, overéénkomsten en andere voornaame handelingen der stad Dordrecht
Dordrecht
P. van Braam,
1790

p.151
AANMERKINGEN.
Het is bij Taal- en Oudheidkenners in verschil, wat men eigenlijk door Gruit of Grute te verstaan hebbe.

Dezelven loopen hoofdzaaklijk hier op uit, dat Gruit niet anders geweest zij, dan een soort Gist, die men gebruikte om het Bier aan het gisten of fermenteren te maaken.

doprgb50 455

Utrechtsche courant
Datum 11-07-1803
Uitgever De Leeuw & comp.
Utrecht
Koninklijke Bibliotheek C 31
Nummer 82
1803

De middelen op de Wynen, Bieren, Gebrande Wateren, de Waag, de Gruyt en de Vleeschbank.

De Gruyt-Accyns voor 't geheel

gruyt 1803

doprgb50 455

Besluiten van het Staats-bewind der Bataafsche Republiek
Volume 9
Bataafsche Republiek
Staats-bewind,
1804

p.49
over de Verpachting van de middelen op het Ketel-gruit, ten Platten Lande, van de Leusdense Rogge, en de Waag te Abcoude

ketelgruit 1804

doprgb50 455

G. van Hasselt's Arnhemsche oudheden
Volume 4
J.H. Moeleman Jr.,
1804

p.24-25
Voor de Gruit was een byzonder Gruithuis. Van dat Gruithuis is het vroegste bescheid van 1354, toen wierden daar een-en-veertig voeten steens verwerkt [in domo fermenti xii pedes lapidis draconis] quemlibet pedem p. vii. bv. V iii. L. xv. ff. viii. d. (a) In 1389 zie ik een glaze venster aan ’t Gruithuis gemaakt (c), in 1412 tralyen aen die Gruytcamer (c). - Men volgde met de Gruitmeeting mischien de Zutphense maat. Enen Bade, die de mate van den Gruten bracht van Zutphen wierden in ’t jaar 1392 x.ff. viii. d. betaald. Volgen een oud Statuut sal men van elken mouder te gruten gheven ii.ff. (e) Die Gruyt of Cruyt anderswaer haelde of dede haelen dan in der Stat Gruythuys, die verlore der Stat v. ff. toties qouties (f).

[Gruit and Herbs mentioned separately
f ]

Download chapter on Gruit in and around Arnhem

doprgb50 455

Beyträge zur Geschichte der Erfindungen
Volume 5
Johann Beckmann
Im Verlage P.G. Kummer,
1805

p.222-223
scheint Gruit viererleij zu bedeuten; erstlich Malz; aber ungeachtet mit darin Beijfall gegeben haben (31). so muss ich doch gestehn, dass ich diese Bedeutung, nach genauerer Untersuchung, nicht völlig beweisen kan.

Aber wie könnte der Hopfen stat des Malzes dienen?

Download complete chapter in PDF

doprgb50 455

Kurzgefaßtes Wörterbuch der plattdeutschen Sprache oder niederteutschen Mundart
Johann Christoph Vollbeding
1806

p.28
gruit, gruta, grutt [Grut, davon jus gratiae] bezeichnete im 10ten 11ten und 13ren Jahrh. eine Abgabe, welche die Brauer zu erlegen hatten. In einem Lehnbriefe von 1593 kommt das Wort in einem ganz besondern Verstande vor, worin der Kurfürst zu Köln die Gräfinn zu Mörs mir dem Gruit binnen der Stadt Bergl mit dem Gruit binnen der Stadt Bergt mit allen ihren Renten, Wetten und Zubehör belehnt. ‘Es sollte niemand ausser ihr, einigen Grudt noch Kraut ins Bier thun. Dagegen sollte die Gräfinn gute Grutt machen.’ - Hier scheint das Wort Grüt in einem Doppelsinne zu stehen, nämlich für eine Zuthat [Ingredienz] zum Bier und für das daraus gemachte Bier selbst. - War Grut vielleicht eine Mischung von Kräutern, die zu Bier genommen wurde? -
p.29
Oder verstand man darunter geschrotenes Getreide und Malz?

Grudt noch Kraut 1806

doprgb50 455

General View of the Agriculture of the County of Devon
With Observations on the Means of Its Improvement
Charles Vancouver, Board of Agriculture (Great Britain)
R. Phillips,
1808

p.390
A mystery hangs over the ingredient called grout, and the secret is said to be confined to one family in the district only.

devonshire grout 1808

doprgb50 455

A History of Inventions and Discoveries
Second edition
Volume 4
Johann Beckmann,
translated from German by William Johnston
Walker,
London
1814

p.336-337
The word gruit seems to have many meanings: in the first place it signifies malt; but though I formerly considered this as the proper meaning, and though some approved my opinion, I must confess that, on further examination, I am not able fully to prove it.

But how could hops be employed in the stead of malt?

Inventions Discoveries p336 1814

Inventions Discoveries p337 1814

doprgb50 455

Verhandeling over zekere belasting op het brouwen van bier, onder de benaming van het regt van de gruit, van ouds in de Nederlanden hebbende plaats gehad: deszelfs oorsprong, aard en beduidenis
Willem Cornelis Ackersdijk
Haak,
1819

Download Verhandeling over zekere belasting in PDF

doprgb50 455

Analyse historique et critique de l'origine et des progrès des droits civils, politiques et religieux des Belges et Gaulois sous les périodes Gauloise, Romaine, Franque, féodale et coutumière: précédée d'un précis critique de la topographie de l'ancienne Belgique,
Volume 2
Jean Joseph Raepsaet
van der Schelden,
1825

p.454 - 460
Du droit de GRUUTE ou Gruyte.

[See 1839 for a downloadable PDF file]

doprgb50 455

The operative chemist
Samuel Frederick Gray
1828

p.866
Devonshire White Ale
The grouts here mentioned are made by infusing 6 or 8 lb. of malt in a gallon and a half of water, covering it warm by the fire side, stirring it often: when in full fermentation it is to be boiled down to a thick paste.

p.867
Bauhin’s Historia Plantarum

operative chemist 1828

doprgb50 455

The Edinburgh Encyclopaedia
Volume 7
Joseph Parker,
1832

p.540
DEVONSHIRE
In the neighbourhood of Kingsbridge, a liquor, called white ale, is brewed, a material called grout is put into it, but the nature of this is not known, except, it is said, to one family. White ale posesses a very intoxicating quality; it is of considerable antiquity, as the tithe of white ale is mentioned in the terrier of the advowson of Dodbrook.

doprgb50 455

Archiv für die Geschichte des Niederrheins
Volume 1
Theodor Josef Lacomblet
Schaub,
1832

13th century 1200-1250

gruyt Banmylen a 1832

p.251
De fermento.
Vort so en sall geyne gruyt sin enbynnen der Banmylen dan zo Zulpge, die man van unsme heren van Colne zo pacht hait, aen lechenich mit gnaden.

gruyt Banmylen 12 1300

doprgb50 455

Flandrische Staats- und Rechtsgeschichte bis zum Jahr 1305
Volume 1
Leopold August Warnkönig
M. Sändig,
1835

p.125
Gruute
Ueber die Natur des Gruutgeldes und den Ursprung desselben, wird gestritten.
… ist nicht auszumitteln

gruute 1835

doprgb50 455

Proeve van Bredaasch taal-eigen,
of Lijst van eenige in de stad en den lande van Breda gebruikelijke en in sommige oorden van ons vaderland min gewone woorden en spreekwijzen
Jacob Hendrik Hoeufft
Breda
Sterk,
1836

p.213
GRUITGELD.

gruitgeld breda 1836

doprgb50 455

Oeuvres complètes de J. J. Raepsaet
Jean-Joseph Raepsaet
Leroux,
1839

p.486 - 492
DU DROIT DE GRUUTE OU GRUYTE
Étymologie du mot; - nature de ce droit; - c’est en flamand de mouterye

Download Raepsaet on Gruute or Gruyte in pdf

doprgb50 455

Historisch tijdschrift
Prof. L.G. Visscher
Historisch gezelschap
Utrecht,
1841

p.19
REGT VAN DE GRUIT.

terwijl tevens door deze oorkonde het beweerde van gezegden heer ACKERSDYCK, blz. 184 wordt bevestigd, dat men reeds in die eeuw door Grutum mout verstond.

REGT VAN DE GRUIT 1841

doprgb50 455

Promptorium Parvulorum Sive Clericorum Dictionarius Anglo-Latinus Princeps
by Camden Society (Great Britain)
Publication date 1838-1901
M.DCCC.LXV.
1843

p.217
Growte for ale.1 Granomellum.

Ang.-Sax. grut, far, condimentum cerevisiae. In medieval Latin it was called grutum, or grudum

promptorium 1865

doprgb50-455



Bibliothek der gesammten deutschen national-literatur von der ältesten bis auf die neuere zeit
Volume 16
G. Basse,
1843

Für uns besonders wichtig ist das holländische gruit grutt (d.i. grût) weil diess genau unser grûz ist, als dessen ableitungen...

gruit grutt 1843

doprgb50 455

De beginselen der materia medica en der therapie
Volume 1
Van Bommel van Vloten,
1849

p.41
AVENA SATIVA
(semina integumentis nudata, L..; avena excorticata seu grutum): deze draagt gekneusd zijnde, den naam van grut.

grutum materia medica 1849

doprgb50 455

Kidd's Own Journal
Volume 5
William Kidd
William Spooner,
1854

p.74
DEVONSHIRE AND ITS ATTRACTIVE BEAUTIES.
In this town is brewed a liquor called ‘White Ale’ which can only be obtained in this neighborhood.
The manufacture of the composition above mentioned, which is called ‘Grout’, is only known to one person, who resides in the town of Kingsbridge, at the head of the estuary, in whose family it has been preserved as an inviolable secret for many generations; and all the innkeepers, pior to brewing this ale, are obliged to send to this person for the quantity of ‘grout’ they require.

doprgb50 455

A Dictionary of Archaic and Provincial Words
Obsolete Phrases, Proverbs, and Ancient Customs, from the Fourteenth Century
James Orchard Halliwell-Phillipps
T. and W. Boone,
1855

p.421
GROUT (1)

dictonaryofarcha 1855

doprgb50 455

Glossarium diplomaticum
zur Erläuterung schwieriger, einer diplomatischen, historischen, sachlichen oder Worterklärung bedürftigen lateinischen, hoch-, und besonders niederdeutscher Wörter und Formeln
Volume 1
Eduard Brinckmeier
Perthes,
1856

p.939
Abgabe vom Malz und Bierbrauen
Grutum, grudum, Gruit, Gruyt, Malz, Bierwürze, fermentum cerevisiae

Gruit Glossarium 1856

doprgb50 455

Dictionary of Obsolete and Provincial English
H.G. Bohn,
1857

p.535
Grout, (1) s. Ground malt. In some parts, the liquor with malt infused for ale and beer, before it is fully boiled, is called grout, and before it is tunned up in the vessel it is called wort. A thick sort of ale was also called grout and grout-ale.

grout 1857

doprgb50 455

How to Mix Drinks
Or, The Bon-vivant's Companion
Jerry Thomas
Dick & Fitzgerald,
1862

p.111
26. Ale, White Devonshire

2 lbs. of Grout’s extract.

grouts extract 1862

doprgb50 455

Handboek der fabriekscheikunde
Volume 2
1865

p.314 - 337
25 hectoliter gerstemout en even zooveel tarwe leveren 75-80 vaten bier van tweeërlei graad van sterkte. Het sterkere bier heet Faro, het zwakkere Naergoet. Door vermenging van deze beide bieren ontstaan verschillende biersoorten. Zoo verkrijgt men door vermenging van 1 dl. Faro met 6 dl. Naergoet het Braspenning.
Wil men Lambiek hebben, zoo wordt het eerste aftreksel met minder en het tweede met meer water bereid, zoodat men van 50 hectoliter mout en 50 hectoliter tarwe, 40 vaten Lambiek en 30 vaten Naergoet verkrijgt.

pharao faro naergoet 1865

doprgb50-455

Bayerisches Wörterbuch
Sammlung von Wörtern und Ausdrücken, die in den lebenden Mundarten sowohl, als in der älteren und ältesten Provincial-Litteratur des Königreichs Bayern, besonders seiner ältern Lande, vorkommen, und in der heutigen allgemein-deutschen Schriftsprache entweder gar nicht, oder nicht in denselben Bedeutungen üblich sind. Enthaltend Theil I. und II. der ersten Ausgabe. 1
Johann Andreas Schmeller, Georg Carl Frommann
Oldenbourg,
1872

p.1011
Greuss, Grauss
Der Greussing
Grauwt, condimentum cerevisiae, condimentum polentarium

gruit grauwt 1872

doprgb50 455

Zeitschrift des Bergischen Geschichtsvereins
Zehnter Band
Bergischer Geschichtsverein
Bonn,
1874

p.29
Die Gleichsetzung von gruit und Porst ist unrichtig.

gruit und porst 1874

doprgb50 455

On Beer: A Statistical Sketch
Max Vogel
Trübner,
1874

p.5
The name of Beer seems to have puzzled for a long time the ingenuity of scholars who attemted many etymological explanations, more or less probable. There is now no doubt that it is derived from the old Saxon word bere, which meant barley; and it was called Pior in old German, Baer and Alod in Anglo-Saxon, Oel in Danish, Hell in Scottish, and Ollo in Scavonish. The Poles and Bohenians named it Zyto, also Pivo: in Wales it was called Kwvw, and in Belgium Kuyt.

p.12
It was also recorded how the English brewed their beer. They made a kind of extract of malt they called Graut, which was very thick, and a kind of common hopped beer called Ale, which was very intoxicating, according to a description of the well-known Doctor Cardanus, who drank of it in England, and mentions it in his book ‘De Sanit Tuenda’

Graut On Beer 1874

doprgb50 455

Bierstudien
Ernst und Scherz
Geschichte des Bieres und seiner Verbreitung über den Erdball, Bierstatistik, Bieraberglauben, Bierfeste, Bierorden, Bierspiele, Bierlieder aller Zeiten und Völker, Biersprichwörter, Brauergeheimnisse
Johann Georg Theodor Graesse
Zahn,
1874

p.19
Wie die Engländer ihr Bier bereiteten, weiss man so ziemlich. Sie hatten eine Art Malzextract, was sie graut nannten und mit der deutschen Würze und dem Holländischen Naebier übereinkommt, übrigens sehr dick war,

doprgb50 455

De rekeningen der grafelijkheid van Holland onder het Henegouwsche huis
Volume 2
Holland (Graafschap)
Hendrik Gerard Hamaker
Publisher: Kemink en zoon
Copy at Princeton University
1876

p.399
Item Jan Borop van den walle op te zetten met zoden onder tgruethuus, 16 d.
Item Dieric, die ketelaer, van den gruutketel te maken, 7 sc Summa van thimmeringhe ant gruuthuus, 33 se. 2\ d.

[Dieric, the kettle maker, repaired the gruutkettle, seven shilling
f ]

doprgb50 455

Mittelniederdeutsches Handwörterbuch
August Lübben
D. Soltau,
1876

p.160
GRUTHUS

dat men an der crude hadde, dat to der grut horde.

maltae (s. polentae) species est gruta, frumenti genus madefacti, quo in potu conficiendo coctoribus vulgo opus; gruyt vel grutgeld, qoud praestitum pro licentia coquendi eam aut lupis aut gruta, nam alterultro iis opus.

Mittelniederdeutsches Handworterbuch 1876 160

Mittelniederdeutsches Handworterbuch 1876 161

doprgb50 455

Report and transactions of the Devonshire Association for the Advancement of Science, Literature and Art.
Kingsbridge,
1877

p.188 - 197
White Ale
by Paul Q. Karkeek.
(Read at Kingsbridge, July, 1877.)

p.193
The use of grout as a ferment would not alone be sufficient to conclude that the ale of the fourteenth, fifteenth, ans sixteenth centuries resembled the white or grout ale of to-day..

Download White Ale - by Karkeek as PDF

doprgb50 455

Woordenboek der Nederlandsche taal
Volume 5
M Nijhoff
1900

p.442
Het is op grond van het hier medegedeelde mischien niet te gewaagd zich de geschiedenis van gruit als term in de brouwerij aldus voor te stellen: aanvankelijk verstond men onder de gruit het mout; die beteekenis ging over op het op de een of andere wijze gekruide brouwvocht, voordat het aan de gisting werd overgegeven (in dezen toestand heet het toekomstige bier nog heden in het Eng. the wort, in het Hd. die würze) eindelijk werd alleen de voor het kruiden benoodigde stof, het condimentum cerevisiae (door misverstand als het fermentum cerevisiae aangemerkt) door den naam gruit aangeduid.

doprgb50 455

De maaltijd en de keuken in de middeleuwen
Florence Elise Joséphine Marguerite Baudet
1904

p.123
Vóór de 14de eeuw gebruikte men bij het brouwen een stof, gruit ') genaamd, die door den heer geleverd werd; deze had de monopolie van de gruit, maar kon de levering daarvan ook aan een ander opdragen of verpachten. In de 14de eeuw begon men de gruit door hop te vervangen, doch ook lang nadat de nieuwe uitvinding in toepassing was gebracht, werd er gruitbier gebrouwen en verkocht.

Daarnevens bestond in de middeleeuwen de opvatting dat dit toevoegsel noodzakelijk was voor of althans bevorderlijk aan de gisting van het brouwsel. De grondbeteekenis van het woord ligt nog in het Mhd. griezen = tot grove korrels malen.

doprgb50 455

LOQUELA
Guido Gezelle, J. Craeynest
L.J. Veen,
1907

p.580
Bij Kiliaen is Worte, werte oft meddigh bier, Ghe-soden mout. Mustea cerevisa

condimentum cerevisiae, condimentum polentarium

doprgb50 455

Das Braugewerbe der Stadt Münster bis zum Ende der fürstbischöflichen Herrschaft im Jahre 1802
mit besonderer Berücksichtigung seiner Besteuerung
Josef Grewe
Leipzig : Hirschfeld,
1907

doprgb50 455

Vom Grutbiere.
Eine Studie zur Wirtschafts- und Verfassungsgeschichte
Aloys Schulte
Annalen des Historischen Vereins für den Niederrhein
Fünfundachtzigstes Heft
Köln,
1908

p.124 - 146

p.131
Ein Ratsel der Wesener Rechnungen hat sich doch noch gelöst. Wir sehen da, dass eine Menge: ‘cespites’ abgegraben, aufgestellt, gewendet, aufgehäuft, ausgesucht, aufgeladen und ins Gruthaus gefahren werden. In holländischen Rechnungen fand ich aber mehrfach soche Lieferungen von ‘cespites’, wo es sich wo es sich zweifellos um Torf handelt.
Wenn es nun auch möglich wäre, nach den Rechnungen die Quantitätsverhältnisse der einzelnen Ingredienzen annähernd festzustellen, so ist doch ein Rezept nicht erhalten und vor allem keine Anweisung. Die Weseler Rechnungen enthalten sehr wenige Angaben über die Geräte, mehr die von Deventer, und da ist von einem grossen Kessel (caldarium) die Rede, der an einem Pendiculum (henge) über einem Herde hieng2), auch gab es ‘vasda lignea’.
Jedenfalls war die Bereitung der Grut an eine grössere Anlage gebunden, ausserdem kamen die Rohstoffe aus der Ferne, so dass wir die Bereitung der Grut nicht auf die Masse der bierbrauenden Leute verteilt finden, sondern sich ein Monopol ausbilden konnte, das technisch von einem Gruter oder fermentarius geleitet wurde im Interesse eines Grutherren. In der Technik lag es begründet, dass sich bei der Grut ein Bannrecht ausbilden konnte, das verfassungsgeschichtlich keineswegs ohne Interesse ist.

[ and there we find a large Kettle (caldarium), that hangs from a Pendiculum (handle or hinge) over a Fireplace
For certain the making of Grut was tied to larger equipment...

The technique was fundamental for Grut becoming an exclusive right
f]

Vom Grutbiere p131

http://digital.ub.uni-duesseldorf.de/ihd/periodical/pageview/8036861

doprgb50 455

De Dordrechtsche Courant
1917-03-03

p. 13
giststof voor het bier

dordrecht gruit giststof 1917

doprgb50 455

Schlitz Malt Extract
Pre 1919

Tan, Schlitz label with red and black text. Schlitz trademark is in the center. The label advertizes this product as “A food, a tonic and an invigorator”. The label suggests that extract of malt is beneficial to the weak and convalescent, or those recovering from illness. The label also indicates that this product is 'recommended by all physicians' and 'for sale by all druggists'. Manufactured by the Joseph Schlitz Brewing Co. of Milwaukee, WI.

Malt is the extracted sugar from grain, produced during the brewing process. If that malt, mixed with yeast, is allowed to ferment it will eventually produce beer. Malt extract beverages stopped the process early so only a small amount of alcohol would be produced. These beverages became more prevelant during the Temperance Movement in America, leading up to Prohibition in 1919. Malt extract, being low in alcohol, was a beverage that was marketed for its medicinal qualities and sold in drug stores.

malt extract pre 1919

doprgb50 455

Social Scandinavia in the Viking Age
Mary Wilhelmine Williams
Macmillan,
1920

p.158
usually worked by two persons, as a rule, women, who
turned the stones to the accompaniment of special mill-
ing songs, as is customary in Iceland even to-day.
From the ground cereals the woman made various
kinds of breads, some baked in thin, flat cakes, similar
to the present Swedish flat-bread, before the open fire,
and others kneaded into loaves and baked in the home-
made ovens already described. Whether yeast was
used is not evident, but it probably was, since the fer-
mentation principle was well known in connection with
brewing ale. But if the Scandinavian housewives had
not learned thus to leaven their bread, they doubtless
knew how to make it light by means of sour dough, which
had fermented and "risen”, used like yeast — a method
quite familiar to many primitive peoples. They prob-
ably also prepared fancy breads from their leavened
batter by the addition of butter, honey, fruits and nuts.
Much of the home milled meal was used for porridge
called graut, -a favorite dish of the Northmen-, for the
cooking of which an unusually large kettle was provided.
Barley, oats, rye, and wheat, were made into graut, and
probably the wild grains and the starchy Iceland moss
already mentioned were also used, for they are so em-
ployed in modern times. The meal was cooked in milk
as well as in water, and was eaten with milk, cream, or
whey, or with butter or berries spread over it. This
porridge perhaps was the main supper dish in the North

doprgb50 455

Tested Recipes with Blue Ribbon Malt Extract
1928

malt extract blue ribbon 1928

doprgb50 455

Eigen volk
Volume 5
1933

p.237
Het recht van de gruit. (De „gruit" is het gemalen graan, dat gebruikt werd voor de fabricage van bier.)

doprgb50 455

Prohibition in the United States was a nationwide constitutional ban on the sale, production, importation, and transportation of alcoholic beverages that remained in place from 1920 to 1933.
Brewers like Pabst made malt extract as a legal alternative.

pabst malt extract

doprgb50 455

Verslag van een onderzoek naar de geschiedenis van het Amsterdamsch brouwersbedrijf in de 17e eeuw
Afstudeerscriptie UVA 1940
J. A. ten Cate
1940

p.1 - 2
omdat uit het door Van Mieris uitgegeven Groot Charterboek der Graven van Holland blijkt, dat Graaf Willem de Goede in dat jaar aan de Amsterdammers, die Jan van Amstel en de moordenaars van Floris V hadden ingehaald, onder meer het betalen van dubbel gruitgeld opglegde. Gruitgeld was namelijk moutbelasting, doch Wagenaar merkte zeer terecht op, dat de door Willem de Goede opgelegde straf wel bewijst, dat er in 1304 al gebrouwen werd, doch niet dat men er toen al een beroep van maakte

doprgb50 455

Orgaan van het Natuurhistorisch genootschap van Limburg
37e Jaargang Nos. 11-12
1948

p.85 - 88
Over Gruit, gruitbier en daarmee samenhangende woorden
P.N. van Summeren O.F.M.
(Sittard)

Over Gruit, gruitbier in PDF

doprgb50 455

Tijdschrift voor Geschiedenis 1886-2008
64e jaargang
Bijdrage tot de geschiedenis der accijnzen te Arnhem in de middeleeuwen
Dr. W. Jappe Alberts
1951

p.334
Op 1 October 1325 gaf Reinald II aan 'onse scepen, raet ende der ghemeyne stat van Arnheym' een oorkonde af, waarin hij verklaarde de stad in het bezit te zullen laten van, 'onse gruet tot Arnheym', totdat hij haar 500 pond kleine penningen betaald zou hebben.
'Gruet' beteekent hier zoowel gruitaccijns als recht van gruit. Het eerste blijkt uit de bepaling, dat men de stad 'elke mauder mouts gruten sal om acht penninghe cleyn, dye ghenge ende gheve sijn'.

jappe 333

jappe 334

jappe 335

doprgb50 455

Jahrbuch der Gesellschaft für die Geschichte und Bibliographie des Brauwesens
Berlin,
1952

Beiträge zur Lösung der Grutbier-Rätsel
F. Bartscherer

doprgb50 455

Legal history review, Volumes 28-29
Nijthoff,
1960

p.59
W. de Vries (Vught).
Enige opmerkingen naar aanleiding van de Zutphense gruit.

In de nogal schaarse literatuur over het gruitrecht kan men telkens de mededeling vinden, dat de gruit, die men in de middeleeuwen bij de bierbereiding placht te gebruiken, steeds ten doel had het gisten van het bier te bevorderen.

doprgb50 455

Middle English Dictionary
Volume 1
John Reidy, ‎Sherman M. Kuhn
1965

p.406
grout
An infusion of malt, wort of the last running; a kind of thick, dark ale

grout 1965

doprgb50 455

Pinkus Müller: der Singende Bierbrauer in Münster
Walter Werland,
1966

p.37
Jahrhundert erscheint als übliches Getränk das Grutbier (Grusink). Von ihm zeugt bis in den Zweiten Weltkrieg hinein das an der Gruetgasse liegende, jetzt zerstörte Gruethaus, in dem eine vollständige Braueinrichtung vorhanden ist.

doprgb50 455

Acta Historiae Neerlandicae I
E.J.Brill
Leiden
1966

C. Van de Kieft

p.68
document dinantais du milieu de XI siècle parle de la polenta cervisie que vulgo maire, c'est-à-dire d'une sorte de bouillie, entrant dans la fabrication de la bière et communément applée 'maire'

[une sorte de bouillie = translated: a kind of porridge
f ]

doprgb50 455

The Early records of medieval Coventry
Peter R. Coss, ‎British Academy,
1986

This collection of documents, in English translation, brings together all available sources for the history of this important seignorial borough during the 12th and 13th centurys.

p.50
Alice daughter of Robert Oselot fell into a certain cauldron full of boiling meal (in quodam plumbo pleno grut’bullientis) and was scalded, so that a fortnight later she died. No-one is suspected thereof. Judgement: misadventure. Price of cauldron: 2s. for which [let] the sheriff [answer].

[grut'bullientis = boiling grut
f ]

plumbo pleno grut

doprgb50 455

Food and Foodways
The porridge debate:
Grain, nutrition, and forgotten food preparation techniques
Elisabeth Meyer‐Renschhausen
1991

Download The porridge debate: Grain, nutrition, and forgotten food preparation techniques

doprgb50 455

Coulissen van de macht
Een sociaal-institutionele studie betreffende de samenstelling van het bestuur van Arnhem in de middeleeuwen en een bijdrage tot de studie van stedelijke elitevorming.
C. L. Verkerk
Uitgeverij Verloren,
1992

p.202
Daartoe vaardigden de schepenen van Arnhem een keur uit waarin het werd verboden gruit ofte cruyt elders te halen dan in het stat gruythuys

het gruithuis dat in de Latijnse tekst van de rekening domus fermenti wordt genoemd. Er blijken daar toen meer gruiters werkzaam te zijn geweest, want er wordt in de rekening van fermentarii gesproken.

[City officials of Arnhem implemented a regulation that banned brewers from getting gruit or herbs from elsewhere instead of the city gruithouse (gruythuys)]

the gruithouse was called domus fermenti in the Latin text of the invoice. There were more than one gruiters working there at the time, because in the invoice it says fermentarii (plural)]

doprgb50 455

Gruytgeld ende hoppenbier
Een onderzoek naar de samenstelling van de gruit
Hans Ebbing
1994

[A research into the composition of gruit and the rise of Holland beer-brewing of around 1000-1500.
Hans Ebbing
1994]

p.1
In de eeuwen tussen de regering van Karel de Grote en de tiende eeuw wisten de koningen een recht te vestigen op de fabricage en levering van een stof die nodig was bij de bierbereiding. Onderdeel van dit recht was het aanstellen of ontslaan van de persoon die verantwoordelijk was voor de fabricage van deze stof. De inkomsten uit de verkoop van dit ingrediënt, gruit geheten, waren voor de koning. Vanaf de tiende eeuw verschijnt het gruitrecht in koninklijke schenkingsoorkonden waar het vaak tegelijk met tol-, markt-, en muntrecht werd weggeschonken aan graven en bisschoppen. Op hun beurt schonken of verpachtten deze gezagsdragers, vaak wanneer ze geld nodig hadden, het gruitrecht aan kloosters, steden of personen.
De gruitstof werd vervaardigd in zogenaamde gruithuizen, die voorzien waren van allerlei gerei, waaronder een koperen ketel en een stampwerktuig.

[In the centuries between the reign of Charlemagne and the tenth century kings managed to establish a prerogative on the production and supply of a substance needed for brewing beer. Part of their privilege was being able to appoint or dismiss the person responsible for making this substance. The returns out of the sale of this ingredient, called gruit, belonged to the king. From the tenth century onwards the gruit-right appears in royal charters where it is often granted to dukes and bishops together with toll- market- and mint-rights. In their turn, these officials granted or leased, often in need of money, the gruit-right to monastries, cities, or persons.
The gruit substance was made in so-called gruit-houses, equiped with all kinds of tools, among which a copper kettle and a machine for crushing.
f ]

p.24-25
Van de gemalen mout werd in Deventer de medulla brasii bereid. Zeer waarschijnlijk werd er een hoeveelheid mout samen met water in de ketel verhit tot de werkzame bestanddelen van de mout uit de korrel geweekt waren. Het filtraat of residu van de medulla, de soppa fermenti of gruetsoppe, werd voor een gering bedrag verkocht. Nu valt iets op waar gemakkelijk overheen gelezen kan worden. Zowel de Latijnse als de Middelnederlandse term wijzen op de fabricage van een vloeistof. Dat feit is op zichzelf niet bijzonder, omdat reeds is vastgesteld dat er wort werd bereid. Echter de soppa of soppe is het residu van een stof die gruit of fermentum heet. Dat betekent dat wort en gruit gelijkgesteld kunnen worden. Dit opent opnieuw de hele discussie omtrent de aard van de gruit. Immers als de wort gruit genoemd mag worden is de wortbereiding misschien helemaal geen noviteit of bijverdienste. Het is zelfs mogelijk dat de fabricage van deze stof het hoofdbestanddeel van de werkzaamheden uitmaakte.

[In Deventer out of the crushed malt the medulla brasii was made. Very likely a proportion of malt together with water was heated in the kettle until the active ingredients were soaked out of the kernels. The filtrate or residue of the medulla, the soppa fermenti or gruetsoppe, was sold for a small amount. Now something comes to the fore, that is easily overlooked. The Latin as well as the Middle Dutch term point out the fabrication of a liquid. That fact is not special in itself, because we have already established that wort was being made. However the soppa or soppe is the residue of a substance called gruit or fermentum. That means wort and gruit can be seen as equal. This opens anew the complete discussion around the nature of gruit. If wort can indeed be called gruit the making of wort was not a novelty or business on the side. It is even possible the fabrication of this substance was the main part of all the labour.
f ]


p.27
Het wordt polenta cervisie genoemd, wat zoveel betekent als 'de pap of het griesmeel voor het bier'. In Engeland werd in 1668 het woord polentarium gebruikt om een brouwerij aan te duiden en in 1367 werd polenta gebruikt in de betekenis van pap. Bij DuCange wordt polenta verklaard als een pap van melk en meel, maar polentarii zijn degenen die het mout beheren, malen en bereiden om het bier mee samen te stellen. Ook in het Dictionnaire Français-Latin wordt polenta verklaard als een 'boullie faite avec de l'orge ou du maïs’. Het Klassiek Latijn kende ook het woord polenta wat 'gepelde gerst' betekende.

[It is called polenta cervisie, which means as much as ‘the porridge or semolina for the beer’. In 1668 England the word polentarium was used to point out a brewery and in 1367 the word polenta was used for indicating porridge. At DuCange polenta was meant as a porridge of milk and flour, but polentarii are those controlling, grinding and preparing the malt, for making beer. In the Dictionnaire Français-Latin polenta is explained as a 'boullie faite avec de l'orge ou du maïs’. Classic Latin knew the term polenta meaning ‘dehusked barley’.
f ]

p.29-30
Voorlopige conclusies

Het gruithuis was de plek waar diverse kruiden, graan en mout werden verzameld, om een bewerking te ondergaan. Het was zeker niet een opslagplaats voor kruiden, zoals Van de Kieft concludeerde. Doorman heeft zich niet gerealiseerd dat de kruiden in het gruithuis werden gestampt, waardoor hij de essentiele functie van het gruithuis niet begreep. Een tweede functie van het gruithuis was het mouten en pletten van gemout graan. In Deventer gebeurde dat gedurende twee jaar in aanwezigheid van de molenaar. Het is zeer waarschijnlijk dat ook de Dortse brouwers die in de keur van 1322 genoemd werden, hun mout naar het gruithuis brachten om te laten stampen. Ook kregen zij daar een hoeveelheid gruitstof mee die nodig was voor de ‘vergisting’ van de aangebrachte hoeveelheid mout. De derde functie was het bereiden van de gruitstof, die Doorman interpreteerde als wort. Hij meende dat dit een tamelijk nieuwe bezigheid was. Echter uit de bronnen en de analyse van de Latijnse en Romaanse benamingen voor de gruit is gebleken, dat het bereiden van een pap of vloeistof voor de bierbereiding sinds zeer lange tijd tot de taak van de gruiters behoorde. Ik ben van mening dat het zelfs het hoofddoel van de werkzaamheden was.
Wat de precieze samenstelling van de gruitstof was is moeilijk te zeggen. De functie ervan was 'een andere stof in zijn eigen natuur te veranderen'. Het is daarom aannemelijk dat de pap in ieder geval bestond uit een hoeveelheid geweekt (tarwe)mout van een hoge concentratie.

[Preliminary conclusions

The gruithuis was a place where several herbs, grain and malt was collected, to be processed. It was certainly not a storage of herbs, as Van de Kieft concluded. Doorman did not realize that herbs were crushed in the gruithuis, and therefore missed the essential function of the gruithuis. A second function of the gruithuis was malting and the crushing of malted grain. In Deventer this took place in the presence of the miller for two years. It is very likely the Dordrecht brewers, mentioned in the 1322 Charter, brought their malt to the gruithuis to be crushed. They also became a measure of gruit substance needed for the ‘fermentation’ of the declared quantity of malt. The third function was the making of the gruit substance, by Doorman interpreted as wort. He thought this was a fairly new activity. Analysis of sources and Latin and Roman names for gruit indicate however, that the making of a porridge or liquid for brewing beer had been the task of the gruiters for a very long time. It is my opinion this was even the main target of their labour.
It is hard to tell what the exact composition of gruit was. It was supposed to ‘change another substance into its own nature’. It is therefore likely that the porridge consisted of some amount of highly concentrated soaked (wheat)grain.
f ]

Download het hoofdstuk over de samenstelling van de gruit in PDF

doprgb50 455

Country House Brewing in England, 1500-1900
Pamela Sambrook
A&C Black,
1996

p.145
Grout (or 'gruit') was a variable mixture of herbs which was used to flavour medieval beers throughout northern Europe. The difference between a grout beer and a herbal beer was that grout was mixed with ground malt prior to mashing. Grout beer might be hopped or unhopped, according to local custom. The only grout beer known to have survived into the nineteenth century was Devon White Beer; even in the eighteenth century this was recognised as a unique and antiquated survival. During the seventeenth century some country houses brewers were still making grout beer, however, as is shown by an entry in the Trentham household accounts recording the making of grout ale in 1647.

doprgb50 455

A History of Beer and Brewing
Ian Spencer Hornsey
Royal Society of Chemistry,
2003

p.536
The gruithuis at Dordrecht…
As we have noted, the building at Dordrecht was equiped with various vessels, which included a kettle, items that strongly suggest that brewing was caried out there

All this suggests that, in Dordrecht, at least, there was more to gruit than just a mixture of herbs.

doprgb50 455

Bestuursstructuur en schriftcultuur
een analyse van de bestuurlijke verschriftelijking in Deventer tot het eind van de 15de eeuw
Jeroen Fitzgerald Benders
Uitgeverij Verloren,
2004

p.313
Bijlage 1
Organogram van het stadsbestuur van Deventer tot 1464

gruitmeesters gevolgd door hopmeesters (vanaf ca. 1369)

[gruitmasters followed by hopmasters (from approximately 1369)
f ]
benders gruit 2004

 

doprgb50 455

Culture and Customs of Norway
Margaret Hayford O'Leary
ABC-CLIO,
2010

p.82
Traditional Food
In addition to flatbread, a staple of the diet in the medieval period was a porridge made of grain, called graut.

doprgb50 455

malt extract light

doprgb50 455

Amber, Gold and Black
Martyn Cornell
The History Press,
2011

p.148
Bishop White Kennett, writing around 1700, called white beer a ‘grout ale’. He may have meant the English equivalent of gruit, that is a herb-and-grain mix

doprgb50 455

Middeleeuwse belastingheffingen: gruit-, hop- en bieraccijns
Aafje H. Groustra
2011

p.113
in de enige twee rekeningen van de gruitmeesters komt een inkomstenpost voor waaruit blijkt dat in het Zutphense gruithuis mout werd gefabriceerd. In de rekening van 1395-1396 werd bij de inkomsten genoteerd: Ontfangen van 88 1⁄2 molder molts vor ellic molder 28 groten maket 120 pond – 17 schellingen – 8 penningen. en bij de onkosten stond de post: Gegeven vor haver molte af toe maken ende totten peerde 32 pond en 4 vierschellingen.

doprgb50 455

ReGrained
2012

We love beer, but making it is inefficient.
Only 10% of the ingredients used to brew end up in your glass.
We take care of the rest.

"Eat Beer! That’s the rally cry of urban entrepreneurs Dan Kurzrock and Jordan Schwartz of San Francisco. The savvy duo uses spent grain from the brewing process to make delicious, healthy foods."

ReGrained repurposes “spent” beer grain, upcycled from the brewing process, to create healthy, delicious, and sustainable products baked with all natural, locally sourced ingredients.

While often referred to as “spent” grain, beer grain is far from spent. The grain simply has already served its purpose to the brewer.
In fact, as a food, "spent" grain is healthier. The brewers extract as much sugar as they can from the grain to produce beer. The rest physical grain itself is no longer needed, but is a source of plant protein and dietary fiber. We're talking about an ingredient with roughly the same protein profile as almonds, and more than 3x the dietary fiber of oats. Brewer's grain is a sustainable supergrain!
This grain accounts for around 85% of the total by-products from brewing. ReGrained exists to "harvest" and introduce this sustainable potential source of nutrition into our food system.

doprgb50 455

Beer in the Middle Ages and the Renaissance
Richard W. Unger
University of Pennsylvania Press,
2013

p.30
Gruit
Part of the confusion over the meaning of the word may come from brewing practice
p.31
surviving documents might leave the impression that gruit was related to grain. The assumption of separate mashing and brewing processes could be one reason for uncertainty about the nature of gruit.

A 1068 act used pigmentum as a synomym for gruit, which suggests that it added color as well.

doprgb50 455

Das Grutbier: Biergenuss ohne Hopfen.
In: Carl Pause (Hrsg. ), Neuss und das Altbier.
Neuss
2013

p.33-38

p.34
Hinter den „sprijen“ oder auch „spelschen sprijen“ verbirgt sich die vergorene Spreu des Dinkels (Triticum spelta).21 Dinkel gehört zu den Spelzgetreiden. Seine Ährenspindeln sind brüchig und seine Körner fest von Spelzen umgeben. Die Dinkelkörner können daher nicht wie die anderer Getreidearten durch Dreschen entspelzt werden. Vielmehr ist hierfür ein sogenannter Gerbgang notwendig, bei dem die Körner zwischen zwei Mühlsteinen in einem breiten Mahlspalt zerrieben werden. Als Abfallprodukt entstehen beim Gerbgang „sprijen“, an denen Mehlstaub sowie, auf der Außenseite der Spelzen, ähnlich wie bei Weintrauben Hefepilzkulturen haften. Werden die Spelzen nun angefeuchtet, beginnen sie zu gären.

Von der Spelzspreu leitet sich wahrscheinlich der Begriff Grut her, der mit den Wörtern „Gries“ und „Grütze“ verwandt ist: Nach Auskunft des „Etymologicum Lin- guae Teutonicae“, einem 1599 von Cornelius Kiliaan in Amsterdam herausgegebenen Lexikon, war „gruys-bier“ oder „gruysen bier“ ein Getränk, das „ex furfuribus cocta“, also aus Kleie, Gries oder Spreu gekocht wurde.22

[Fermented chaff of spelt (Spelzspreu) is probably behind the concept of Grut
f ]

Download Das Grutbier: Biergenuss ohne Hopfen in PDF

doprgb50 455

Adresseavisen AS
Org.nr 992 664 568
Postboks 3200, Sluppen
7003 Trondheim
Publisert: 13 februar 2014
2014

Forbruker Vil servere deg ferdig havregrøt
Jeg trodde vi hadde nådd bunnivået av ferdigprodukter, sier kjøkkensjef om Fjordlands nye grøtlansering.
Havregrøt

Havregrt

doprgb50 455

Brewery History
The Brewery History Society
Brewery History (2014) 156, 51-61

DEVON WHITE ALE
ADREW SWIFT

Devon White Ale, Andrew Swift, in PDF

doprgb50 455

Social Scandinavia in the Viking Age (Classic Reprint)
Mary Wilhelmine Williams
Forgotten Books,
2015

Much of the home milled meal was used for porridge called graut, -a favorite dish of the Northmen-, for the cooking of which an unusually large kettle was provided. Barley, oats, rye, and wheat, were made into graut

doprgb50 455

Brewery History
Brewery History Society
Frederik Ruis
2016

Over at the gruithuis they would have had the time to draw everything from the malt, concentrate the resulting wort into a thick paste and mix it with herbs. That is what I have come to think is what the old gruit was.

A note on the essence of Gruit

doprgb50 455

Van havergruut tot hopbier
Alderhande geheimnissen ende secreten van hoppe en bier
Guido Vandermarliere
Poperinge
2016

p.99
Wat is gruut? Een conclusie?
Persoonlijk denk ik dat de oorspronkelijke betekenis van het ‘grute’ binnen het ‘gruterecht’ effectief kan gezien worden als het gemalen graan. De etymologische uitleg die we zowel in het Nederlands als in het Frans te lezen krijgen, geven beide deze betekenis.
Aangezien het ‘oude’ bier voornamelijk gemaakt werd van haver, kunnen we eigenlijk ook spreken van havergrut of havergruut.
Het gruitrecht moeten we dan zien als het recht om van het geprepareerde of gemalen gruut bier te gaan brouwen.

doprgb50 455

Doos Gazette
Nummer 175B
Februari 2017

Nog vorig jaar leerde ik Freek Ruis kennen, de man achter de website van de Witte Klavervier, één van de weinige bier-geïnteresseerde sites die ook effectief bronnenmateriaal afbeeldt. Hij kwam naar Poperinge omdat hij de hopvelden van Joris Cambie bezocht en geïnteresseerd was in mijn nieuw boek ‘Van havergruut tot hopbier’ en hij mijn theorie rond het ‘historische’ gruut wilde aftoetsen aan zijn theorie rond het gruut.
Zoals de lezers van mijn boek zullen merken, sluit deze theorie volledig aan bij de theorie van mijn boek, waarbij ook ik besloot dat ‘gruut’ eigenlijk een soort synoniem was van ‘mout’. Maar ere wie ere toekomt, Freek heeft de puntjes op de ‘i’ gezet.
Guido Vandermarliere

Download Doos Gazette Nummer 175B

doprgb50 455

Brewery History 169
The Brewery History Society
Further notes on the essence of Gruit: An alternative view
Roel Mulder
2017

p.73-76
Doorman was correct: gruit was a mixture of herbs and nothing more.

Download article in PDF

doprgb50 455

Brouwen aan de Eem
Amersfoort, een Stichtse bierstad in de late middeleeuwen
Leen Alberts
Uitgeverij Verloren
2017

p.51-52
Gruitbier, het oerbier
Het bier dat van de vroege middeleeuwen tot in de veertiende eeuw door Nederlandse brouwers werd gemaakt, werd gruitbier genoemd. Het dankte zijn naam aan de ingedikte moutpap of siroop waarmee het bier werd bereid en dat met gruit (Latijn: fermentum, materia) werd aangeduid. Deze zoete moutpap had mogelijk een gistende werking. Een gruitrecept is overgeleverd in het kruidenboek van de l'Obel uit 1581...

[Gruitbeer, the primaeval beer
The beer that was made by Dutch brewers from the early Middle Ages to the fourteenth century was called Gruit Beer. It was named after the concentrated porridge or syrup called gruit (Latin: fermentum, materia)]

p.271
Bierbrouwers waren verplicht om de gruit - een ingedikte zoete moutpap of siroop - met het kruidenmengsel van een officiële gruiter te betrekken.

[Beerbrewers were required to use the gruit - a concentrated malt porridge or syrup - with the herb-mixture of an official gruiter.]

doprgb50 455

The Rise and Fall of Gruit
Brewery History
Susan Verberg
2018

Download article in pdf

doprgb50 455

Gruit timetable (abridged)

998      Villam Bomele - fermentatae cerevisiae vulgo Grutt

1064    Abdij Sint-Truiden - materiam faceret unde levarentur cerevisiae

1270    Coventry - in quodam plumbo pleno grut’bullientis

120?    Selden Society - grutum in quodam plumbo bulliente

1321    Gruit te Renen - nos dictam grutam et ius fermentandi per eadem tempora in jure suo conservabimus

1322    Dordrecht - dair binnen zal him die gruter zine grute gheven

1324    Dordrecht - men sal die grute maken…als zi voirmaels ghegheven es

1328    Gruit te Renen - in pacht bij Duitsche huis bij Utrecht

1391    Cologne - gaf ich us in urber der grous van 23 malder maltz

1401    Dordrecht - die zijn ghelt ende mout int gruuthuus niet en brocht

1446    Zutphen - uter gruythuys enen staetsketel toe hueren

1581    Kruydtboeck - De L'Obel - Enghels Graut (dat wy Naerbier heeten) thick as porridge

1593    Cologne - Grudt noch Kraut ins Bier thun

1608    Cruydt-boeck van Rembertus Dodonaeus - Graut oft Naerbier wordt aldus ghemaeckt, seijde Lobel

1642    KILIANUS AUCTUS - Kiliaan - condimentum cervisiae, condimentum polentarium - nae-bier & nae-goed

1651    HISTORIAE PLANTARVM - Bauhino - Graut Anglorum (Belgae Naerbier vocant)

1661    Martini Schoockii liber de cervisia - Belgas vulgo vocatur Naebier, apud Anglos vero Graut

1679    A dictionary, English-Latin, and Latin-English - Grout [wort] Condimentum cerevisiae

1683    Adriaen & Melchior Mels - Naebier - The third infusion should be boiled down 16, 18 or 20 barrels

1737    Du Cange - GRUTUM, Leguminis species, alias Granamelum: Anglis Grout, [à Saxonico Grut]

1776    Harleian Library - neccessary first of all to make the grout

1777    Etymologicvm Tevtonicæ lingvæ - Nae-goed. nae-bier / worte. Condimentum polentarium

1805    Geschichte der Erfindungen - Beckmann - scheint Gruit viererleij zu bedeuten; erstlich Malz

1828    The operative chemist - Samuel Frederick Gray - grouts…are…to be boiled down to a thick paste

1874    On Beer - Max Vogel - They made a kind of extract of malt they called Graut

1920    Social Scandinavia in the Viking Age - Williams - porridge called graut…unusually large kettle was provided

1994    Een onderzoek naar de samenstelling van de gruit - Ebbing - concentrated soaked (wheat)grain

doprgb50 455